200 Bewijzen dat de Aarde Geen Tollende Bal is (Dutch)

200 Bewijzen dat de Aarde Geen Tollende Bal is PDF

1)  De horizon toont zich altijd perfect vlak 360 graden rondom de waarnemer ongeacht de hoogte. Alle filmmateriaal vanaf ballonnen, raketten, vliegtuigen en onbemande luchtvaartuigen laten een volledig platte horizon zien bij een hoogte van meer dan 32 km. Enkel NASA en andere “ruimteagentschappen” van de regering laten op hun nep foto’s en nep video’s die op een computer gefabriceerd werden kromming zien

2)  De horizon stijgt altijd mee op oogniveau van de waarnemer naarmate aan hoogte gewonnen wordt, waardoor men nooit omlaag hoeft te zien om deze gade te slaan.

3)  De natuurlijke eigenschap van water is dat deze zijn niveau vindt en handhaaft. Indien de Aarde een reusachtige gekantelde bol zou zijn, schommelend en razend door oneindige ruimte dan zouden consistent vlakke oppervlakten hier niet bestaan.

4)  Rivieren stromen via de weg van minste weerstand in alle mogelijke richtingen over de Aarde omlaag naar zeeniveau. Indien de Aarde waarlijk een tollende bal zou zijn dan zouden veel van deze rivieren bergop stromen. De Mississippi bijvoorbeeld met zijn lengte van 4800 km zou bijna 18 kilometer moeten klimmen voordat hij de Golf van Mexico bereikt.

5)  Een deel van de Nijl stroomt gedurende 1600 kilometer met een verval van slechts 30 cm. Gedeelten van de West-Afrikaanse Kongo zouden, volgens de veronderstelde kromming en beweging van de bal-Aarde, soms bergop, soms bergaf stromen. Hetzelfde geldt voor de Parana, de Paraguay en andere lange rivieren.

 

6)  Indien de Aarde een bal zou zijn met een omtrek van 40.000 km zoals NASA en de moderne astronomie beweert, dan schrijft de boldriehoeksmeting voor dat de oppervlakte van elk staand water een kromming heeft van een eenvoudig meetbare 20 cm per mijl (1609 m) vermenigvuldigd met het kwadraat van de afstand. Dit betekent dat over de lengte van een kanaal van 6 mijl met staand water, de Aarde aan beide uiteinden 1,83 m lager zou liggen dan de centrale piek. Echter, elke keer dat zulke experimenten uitgevoerd werden bleek dat staand water perfect vlak was.

7)  Aan landmeters, ingenieurs en architecten wordt nimmer de eis gesteld de veronderstelde kromming van de Aarde in hun projecten mee te nemen. Kanalen, spoorwegen, bruggen en tunnels bijvoorbeeld, worden altijd horizontaal uitgetekend en aangelegd, dikwijls over lengten van honderden kilometers zonder met kromming rekening te houden.

8)  Het Suezkanaal dat de Middellandse Zee met de Rode Zee verbindt is 160 kilometer lang en heeft geen sluizen hetgeen het water tot een ononderbroken loop tussen twee zeeën maakt. Tijdens de constructie werd geen rekening gehouden met de veronderstelde kromming van de Aarde, het kanaal werd 7,92 meter onder zeeniveau langs een horizontale referentielijn gegraven, en stroomt door diverse meren van de ene zee naar de andere, terwijl de referentielijn en de oppervlakte van het water perfect parallel aan elkaar liepen over een afstand van 160 km.

9)  Ingenieur W. Winckler verklaarde in Earth Review inzake de veronderstelde kromming van de Aarde: “Als ingenieur sinds vele jaren, merkte ik dat deze absurde regel enkel in schoolboeken toegestaan wordt. Geen enkele ingenieur zou iets dergelijks overwegen. Ik heb vele kilometers spoorweg ontworpen en nog meer kanalen en er werd daarbij niet eens aan de regel gedacht, laat staan dat er rekening mee gehouden werd. Deze regel met betrekking tot kromming betekent dat deze kromming 8 inch voor de eerste mijl van een kanaal is, en toeneemt met de ratio van het kwadraat van de afstand in kilometers; dus een klein bevaarbaar kanaal voor boten, zeg 48 km lang, zal volgens bovenstaande regel rekening houden met een kromming van 181 m. Zie dat eens voor je en prijs vervolgens de ingenieurs dat ze niet zulke dwazen zijn. Niets dergelijks is toegestaan. We denken er net zo min aan om met 181 m voor een lijn van 48 km rekening te houden dan we tijd zouden verdoen om te trachten van een cirkel een vierkant te maken.

10)  De Londen en Noordwest Spoorweg vormt tussen Londen en Liverpool een rechte lijn met een lengte van 290 km. Het hoogste punt, halverwege het station van Birmingham, ligt slechts 73 m boven zeeniveau. Indien echter de aarde een globe zou zijn, zich krommend met 8 inch per mijl kwadraat, dan zou de 290 km lange spoorweg een boog vormen waarvan het centrum bij Birmingham 1646 meter boven Londen en Liverpool zou uitstijgen.

11)  Een landmeter en ingenieur met dertig jaar ervaring verklaarde in de Birmingham Weekly Mercury: “Ik ben zeer bekend met de theorie en praktijk der bouwkunde. Hoe geborneerd enkele van onze professoren in de naar de voorschriften geldende landmeetkundige theorie ook zijn mogen, is het onder ons desondanks zeer bekend dat zulke theoretische metingen OP GENERLEI WIJZE IN DE PRAKTIJK GETOOND KUNNEN WORDEN. Al onze locomotieven zijn ontworpen om te rijden op wat als ECHTE NIVEAUS of VLAKTEN gezien mag worden. Natuurlijk zijn er hier en daar beperkte glooiingen en hellingen, maar ze worden altijd duidelijk gedefinieerd en moeten zorgvuldig doorkruist worden. Maar alles wat ook maar in de buurt komt van 8 inch per mijl toenemend als het kwadraat van de afstand, ZOU DOOR GEEN ENKELE MACHINE TOT NOG TOE ONTWORPEN GEBOLWERKT KUNNEN WORDEN.  Vergelijkt men het ene station met het ander in geheel Engeland en Schotland, dan kan gezegd worden dat ze alle OP DEZELFDE RELATIEVE HOOGTE liggen. De afstand tussen de oostelijke en westelijke kusten van Engeland bedraagt ca. 480 km Als de vastgelegde kromming werkelijk zou zijn als gepresenteerd wordt, zouden de centrale stations van Rugby of van Warwick nagenoeg 4,8 km hoger moeten liggen dan een tussen beide einden gespannen snaar. Indien zulks het geval was, zou er geen machinist of stoker in het Koninkrijk te vinden zijn die de trein zou bedienen. We kunnen slechts lachen om dat deel van uw lezers dat ons werkelijk prijst om zulke avontuurlijke ondernemingen zoals het op sferische krommingen laten rijden van treinen. Horizontale krommingen op vlaktes zijn gevaarlijk genoeg, verticale krommingen zouden duizend keer erger zijn en met het huidig rollend materieel fysiek onmogelijk.

12)  De Manchester Ship Canal Company verklaarde in Earth Review: “Het is bij Spoorweg- en Kanaalconstructie gebruik om alle niveaus op een referentiepunt te richten die formeel horizontaal is en ook op die wijze in alle secties getoond wordt. Het is bij de aanleg van Publieke Werken niet de praktijk met de kromming van de aarde rekening te houden.

13)  In een 19de eeuws experiment door M. M. Biot and Arago werd een krachtige lamp met goede reflectoren op een rotsachtige top geplaatst in de Desierto las Palmas in Spanje die duidelijk vanaf Camprey, op het eiland Ibiza, waargenomen werd. De twee punten bevonden zich op dezelfde hoogte op een afstand van bijna 160 kilometer van elkaar. Indien de Aarde een bal zou zijn met een omtrek van 40.000 km dan zou het licht op de rots in Spanje zich ruim 2 km onder de zichtlijn hebben bevonden!

14)  Het Luitenant-kolonel Portlock experiment gebruikte knalgastoortsen en heliostaten om de stralen van de zon tussen stationnen 174 km van elkaar over het Kanaal van St. George te reflecteren. Indien de Aarde daadwerkelijk een bal zou zijn, dan zou Portlock’s licht voor altijd onzichtbaar hebben moeten zijn, circa 2,4 km onder de kromming van de Aarde verscholen!

15)  Indien de Aarde waarlijk een bal zou zijn met een omtrek van 40.000 km dan zouden vliegtuigpiloten voortdurend hun hoogte naar beneden moeten corrigeren om te voorkomen rechtstreeks “de ruimte” in te vliegen; een piloot die gewoon z’n hoogte zou willen handhaven bij een typische snelheid van 800 km/u zou voortdurend de neus van het vliegtuig neerwaarts moeten drukken en 846 meter per minuut dalen! Indien niet, dan zou hij zich, zonder compensatie, na een uur ruim 50 kilometer hoger bevinden dan verwacht.

16)  Het experiment bekend als “Airy’s Mislukking” bewees dat de sterren in relatie tot een stationaire Aarde bewegen en niet de aarde in relatie tot de sterren. Door een telescoop met water te vullen om de snelheid van het licht binnenin te verlangzamen, dan de neiging te berekenen die noodzakelijk is om het licht van de ster rechtstreeks in de tube te krijgen, faalde Airy erin de heliocentrische theorie te bewijzen omdat het licht van de ster reeds met de correcte hoek binnentrad zonder dat een aanpassing nodig was, en in plaats van een bewegende Aarde werd bewezen dat het geocentrisch model correct is.

17)  “Olber’s Paradox” zegt dat indien er miljarden sterren zouden zijn die zonnen zijn, de nachtelijke hemel geheel met licht gevuld zou zijn. Zoals Edgar Allen Poe zei: “Zou de opeenvolging van sterren oneindig zijn dan zou de achtergrond van de hemel een uniforme verlichting aan ons presenteren aangezien er in het geheel van die achtergrond geen enkel punt zou kunnen bestaan waar geen ster zou zijn.” In feite is Olber’s “Paradox” net zo min een paradox als George Airy’s experiment een “mislukking” was. Beide zijn in werkelijkheid uitmuntende weerleggingen van het heliocentrisch tollend balmodel.

18)  De Michelson-Morley en Sagnac experimenten trachtten de verandering in lichtsnelheid te bewijzen die ontstond door de veronderstelde beweging van de Aarde door de ruimte. Na in elke mogelijke richting op verschillende locaties gemeten te hebben faalden ze in het detecteren van ook maar enige verandering van belang, daarmee wederom het geocentrisch model bewijzend.

19)  Tycho Brahe argumenteerde in zijn tijd fameus tegen de heliocentrische theorie, waarbij hij stelde dat indien de Aarde om de zon draaide, de verandering in de relatieve positie van de sterren na 6 maanden omtrekkende beweging ontegensprekelijk zichtbaar zou zijn. Hij argumenteerde dat het zou uitzien alsof de sterren zich van elkaar scheiden naarmate we dichterbij komen en samenkomen naarmate we ons verwijderen. Feitelijk echter, na 305 miljoen kilometer van veronderstelde omcirkelende beweging om de zon, kan geen centimeter parallax in de sterren waargenomen worden, hetgeen bewijst dat we ons in het geheel niet bewogen hebben.

20)  Indien de Aarde waarlijk met een snelheid van ruim 1600 km/u oostwaarts aan het tollen zou zijn dan zouden vertikaal afgevuurde kanonskogels en andere projectielen beduidend ver westelijk moeten neerkomen. In werkelijkheid echter, elke keer dat dit getest werd, schieten vertikaal afgevuurde kanonskogels omhoog met een gemiddelde duur van 14 seconden, vallen vervolgens gedurende 14 seconden en komen niet verder dan 60 cm van het kanon neer, dikwijls rechtstreeks in de loop.

21)  Indien de Aarde waarlijk met een snelheid van ruim 1600 km/u in oostelijke richting aan het tollen zou zijn dan zouden helikopters en heteluchtbalonnen in staat moeten zijn om eenvoudig boven het oppervlak van de Aarde te zweven en wachten tot hun reisbestemmingen naar hen toekomen!

22)  Indien de Aarde waarlijk met een snelheid van ruim 1600 km/u oostwaarts aan het tollen zou zijn dan zou Felix Baumgartner gedurende de Red Bull stratosfeerduik, gedurende drie uur boven Nieuw Mexico stijgend, ruim 4000 km westelijk in de Stille Oceaan hebben moeten landen, maar in plaats daarvan landde hij enkele tientallen kilometers oostelijk van zijn startpunt.

23)  Aarbolaanhangers beweren dikwijls dat “zwaartekracht” magisch en onverklaarbaar het geheel van de lagere atmosfeer van de Aarde met zich meesleept, perfect synchroon naar een onbepaalde hoogte waar deze toenemend sneller tollende atmosfeer voorrang geeft aan de niet-tollende, niet aan zwaartekracht onderhevige, niet-atmosfeer van een oneindige vacuümruimte. Het tegenbewijs voor zulke onzinnige theorieën wordt echter bewezen door regen, vuurwerk, vogels, kevers, wolken, rook, vliegtuigen en projectielen die zich alle zeer verschillend zouden gedragen indien zowel de bal-Aarde als haar atmosfeer voortdurend met een snelheid van ruim 1600 km/u in oostelijke richting aan het tollen zouden zijn.

24)  Indien de Aarde en haar atmosfeer voortdurend in oostelijk richting met een snelheid van ruim 1600 km/u aan het tollen zou zijn dan zouden kanonnen die Noord/Zuid gericht zijn geen afwijking moeten tonen terwijl in oostelijke richting afgevuurde kanonskogels aanmerkelijk verder dan alle andere zouden vallen en in westelijke richting afgevuurde kanonskogels significant dichterbij. In werkelijkheid echter is de afgelegde afstand iedere keer dezelfde, ongeacht in welke richting de kanonnen afgevuurd worden.

25)  Indien de Aarde en haar atmosfeer voortdurend in oostelijke richting met een snelheid van ruim 1600 km/u aan het tollen zou zijn dan zou het gemiddelde commercieel vliegtuig die 800 km/u vliegt nooit in staat zijn oostelijke bestemmingen te bereiken voordat deze hem in z’n rug inhalen! Op dezelfde wijze zouden bestemmingen met de drievoudige snelheid worden bereikt, maar dit is niet het geval.

26) Citaat uit “Hemel en Aarde” door Gabrielle Henriet: “Indien het vliegen in de tijd van Copernicus uitgevonden was dan is er geen twijfel dat hij zich al snel had gerealiseerd dat zijn bewering met betrekking tot de rotatie van de aarde fout was en wel vanwege de relatie tussen de snelheid van een vliegtuig de rotatie van de aarde. De afstand door een vliegtuig afgelegd zou door de snelheid van de rotatie verlaagd of verhoogd worden afhankelijk ervan of dat vliegtuig met de richting mee of ertegenin zou vliegen. Dus, indien de aarde roteert zoals gezegd wordt met 1600 km/u, en een vliegtuig vliegt met slechts 800 km/u in dezelfde richting, dan is het evident dat zijn plaats van bestemming zich met elke verstreken minuut verder weg zal bevinden. En omgekeerd, indien er in tegengestelde richting van de rotatie wordt gevlogen, zou na ‘n uur, een afstand van 2400 km. afgelegd zijn in plaats van 800, aangezien de rotatiesnelheid bij de snelheid van het vliegtuig moet worden opgeteld. Ook kan erop gewezen worden dat een dergelijke vliegsnelheid van 1600 kilometer per uur, die de verondersteld snelheid van de rotatie van de aarde is, recentelijk behaald werd, dus dat een vliegtuig die met deze snelheid in de richting van de rotatie vliegt in het geheel geen afstand kan afleggen. Het zou in de lucht blijven hangen boven de plek waar het opsteeg aangezien de snelheden gelijk zijn.”

27)  Indien de Aarde en haar atmosfeer voortdurend in oostelijke richting met een snelheid van ruim 1600 km/u aan het tollen zouden zijn dan zou het landen van een vliegtuig op zulke snel bewegende landingsbanen die in alle mogelijke richtingen aangelegd zijn praktisch onmogelijk zijn, toch zijn in de realiteit zulke imaginaire problemen verwaarloosbaar.

28)  Indien de Aarde en haar atmosfeer voortdurend in oostelijke richting met een snelheid van ruim 1600 km/u aan het tollen zouden zijn dan zouden wolken, wind en weerpatronen niet achteloos en onvoorspelbaar in elke mogelijke richting gaan waarbij wolken in tegengestelde richtingen op verschillende hoogten gelijktijdig reizen.

29)  Indien de Aarde en haar atmosfeer voortdurend in oostelijke richting met een snelheid van ruim 1600 km/u aan het tollen zouden zijn dan zou dit ergens op de een of andere manier te zien, te horen of door iemand gemeten moeten zijn, maar niemand heeft ooit deze beweerde oostwaarts gerichte beweging ervaren; ondertussen echter kunnen we zelfs het geringste westelijk windje horen, voelen en meten.

30)  In zijn boek “South Sea Voyages” beschreef de Noord- en Zuidpool vorser Sir James Clarke Ross zijn ervaring in de nacht van 27 november 1839 en zijn conclusie dat de Aarde roerloos moet zijn: “Terwijl de hemel zeer helder was, werd de planeet Venus dichtbij het zenit waargenomen, ondanks de helderheid van de zon op deze breedtegraad. Dit maakte het mogelijk de hogere wolkenlagen te zien die zich in de exact tegenovergestelde richting van de wind bewogen–een omstandigheid die frequent in ons meteorologisch dagboek wordt opgetekend voor zowel de noordoostelijke als zuidoostelijke heersende windrichtingen, en die ook door vroegere reizigers waargenomen werd. Kapitein Basil Hall was er vanaf de Teide van Tenerife getuige van; en Count Strzelechi die de vulkanische berg Kiranea in Owhyhee beklom, bereikte op 1200 meter een verhoging boven die van de heersende windrichting, en voelde de invloed van een tegenovergestelde luchtstroom van een andere hygrometrische en thermometrische aard … Count Strzelechi informeerde mij over de volgende ogenschijnlijke afwijkende omstandigheid–dat hij op 1200 meter hoogte merkte dat de luchtstroom die in rechte hoeken naar de lagere lagen blies eveneens van een verschillende hygrometrische en thermometrische aard was, maar warmer dan de tussenlaag. Een dergelijke toestand van de atmosfeer is enkel compatibel met het feit dat door andere bewijs aangetoond werd, dat de aarde in rust is.”

31) Citaat van Thomas Winship uit “Zetetic Cosmonegy”: “Men stelle zich de kracht voor die lucht zou hebben indien deze in beweging werd gezet door een bolvormig lichaam met een doorsnede van 13.000 kilometer, die met ca. 1.600 km/u roteert, met 105.000 km/u door de ruimte raast en met 32.000 km/u, spiralen beschrijvend, de hemelen doorkruist? Probeert dan te gissen of de bewoners van een dergelijke globe het hoofdhaar zouden kunnen behouden?  Indien de aardglobe met de fantastische snelheid van 1600 km/u om zijn as roteert, zou een dergelijke ontzaglijke massa noodzakelijkerwijs op de ingenomen plek een reusachtige wind veroorzaken. Deze wind zou zich in één richting bewegen, en alle zaken zoals wolken die binnen ‘de invloedssfeer’ van de roterende globe zouden komen, zouden in dezelfde richting mee moeten gaan. Het feit dat de aarde in ruste is wordt door het oplaten van een vlieger bewezen.”

32)  Indien aan “zwaartekracht” een vermogen toegekend wordt krachtig genoeg de oceanen van de wereld, gebouwen, mensen en de atmosfeer aan de oppervlakte van een snel tollende bal vast te houden, dan is het voor “zwaartekracht” onmogelijk om gelijktijdig zwak genoeg te zijn om kleine vogels, kevers en vliegtuigen toe te staan op te stijgen en vrijelijk en zonder vermindering van vliegkracht in om het even welke richting te reizen.

33)  Indien aan “zwaartekracht” een vermogen toegekend wordt krachtig genoeg om de enorme uitgestrektheid van oceanen rondom een globale Aarde te krommen, dan zou het voor vissen en andere creaturen onmogelijk zijn om door water te zwemmen dat dermate krachtig vastgehouden wordt.

34)  Scheepskapiteinen houden in hun berekeningen terwijl ze over grote afstanden op zee navigeren nimmer rekening met de kromming van de Aarde. Zowel bij vlakzeilen als bij grootcirkelnavigatie, de twee populairste navigatiemethoden, wordt vlakke driehoeksmeetkunde aangewend, niet boldriehoeksmeetkunde, daarbij alle wiskundige berekeningen baserend op de aanname dat de Aarde perfect plat is. Indien de Aarde feitelijk een bol zou zijn dan zou een dergelijke foutieve aanname voortdurend tot enorme onnauwkeurigheden leiden. Vlakzeilen heeft echter gedurende duizenden jaren foutloos gewerkt zowel in theorie als in de praktijk en vlakke driehoeksmeetkunde heeft telkens weer bewezen accurater te zijn dan boldriehoeksmeetkunde bij het bepalen van afstanden op de oceanen.

35)  Indien de aarde waarlijk een globe zou zijn, dan zou elke horizontale lijn ten zuiden van de evenaar een toenemend kleinere omtrek moeten meten hoe zuidelijker gereisd wordt. Indien echter de Aarde een uitgestrekte vlakte is dan moet elke horizontale lijn zuidelijk van de evenaar een toenemend grotere omtrek meten hoe zuidelijker gereisd wordt. Het feit dat vele kapiteinen zich ten zuiden van de evenaar drastisch buiten berekening vonden, met name hoe zuidelijker gevaren werd, getuigt van het feit dat de Aarde geen bal is.

36)  Kapitein James Clark Ross schreef dikwijls in z’n journaal tijdens zijn reizen rond de Antarctische omtrek verbaasd hoe zij zich bestendig niet in overeenstemming met hun kaarten bevonden zeggend dat ze elke dag 19 tot 26 kilometer in afwijking van hun berekening waren, later toen ze meer zuidelijk waren, zelfs bijna 47 kilometer.

37)  Luitenant Charles Wilkes was gezagvoerder van een VS Marine ontdekkingsexpeditie naar het Antarctisch gebied die duurde van 1838 tot 1842 en ook hij vermeldde in z’n journaals dat hij zich voortdurend oostelijk van zijn berekening bevond, soms meer dan 32 kilometer in minder dan 18 uur.

38)  Citaat van dominee Thomas Milner: “Op het zuidelijk halfrond zijn zeevaarders met koers op India dikwijls in de veronderstelling geweest dat zij zich oostelijk van de Kaap bevonden terwijl ze zich ten westen ervan bevonden en zijn op de Afrikaanse kust gestrand, die, volgens hun berekening, achter hen lag. Deze onfortuinlijkheid overkwam een voortreffelijk fregat, de Challenger, in 1845. Hoe kwam het dat HMS ‘Conqueror’ verloren ging? Waarom strandden zoveel andere sublieme vaartuigen, perfect in orde, perfect bemand, perfect gestuurd, bij rustig weer, niet enkel tijdens de donkere nacht, of in mist, maar op klaarlichte dag met zonneschijn – in het eerste geval op de kusten, in het laatste op verzonken rotsen – door ‘misrekening?’

39)  Praktische afstandmetingen genomen van “The Australian Handbook, Almanack, Shippers’ and Importers’ Directory” zeggen dat de rechtelijnsafstand tussen Sydney and Nelson 2494 kilometer is. Het gegeven verschil in lengtegraad is 22° 2′ 14”. Daarom, als 22° 2′ 14″ van 360, 2494 kilometer is, dan zou het geheel 40527 kilometer zijn. Dit is niet enkel groter dan wat van de bal-Aarde gezegd wordt maar eventjes 6859 kilometer groter dan het zou zijn bij Sydney”s zuidelijke lengtegraad op een globe van genoemde proporties.

40)  De afstand tussen Kaap Hoorn Chili en Port Philip in Melbourne Australië is 16.898 kilometer oftewel 143 lengtegraden. Het resterend aantal graden om tot 360 te komen in de berekening opnemend, resulteert in een totale afstand van 42.535 km rond deze breedtegraad hetgeen ruim 2414 kilometer breder is dan de Aarde aan de evenaar wordt verondersteld te zijn, en vele duizenden kilometers breder dan het verondersteld wordt te zijn op dergelijke zuiderbreedten.

41)  Vergelijkbare berekeningen gemaakt voor Kaap de Goede Hoop Zuid Afrika naar Melbourne Australië op een gemiddelde breedtegraad van 35,5 graden Zuid hebben een ongeveer getal van meer dan 40.000 kilometer opgeleverd dat alweer gelijk of groter is dan de Aarde’s veronderstelde grootse omtrek aan de evenaar. Berekeningen voor Sydney Australië naar Wellington Nieuw Zeeland op een gemiddelde van 37,5 graden Zuid resulteerden in omtrek van bij benadering 41038 kilometer, alweer nog altijd groter! Volgens de bal-Aardetheorie zou de omtrek van de Aarde op 37,5 graden zuiderbreedte slechts 31796 kilometer zijn, bijna 9656 kilometer minder dan zulke praktische metingen.

42)  In het bal-Aarde model is Antarctica een continent dat de onderzijde van de bal bedekt van 78 tot 90 graden zuiderbreedte en is derhalve niet meer dan 19312 kilometer in omtrek. Vele der vroegere ontdekkingsreizigers waaronder Kapitein Cook en James Clark Ross deden er in hun poging om Antarctica te omzeilen 3 tot 4 jaar over en maten 80467 tot 96561 kilometer. Het Britse schip Challenger verrichtte eveneens een indirecte maar complete omzeiling van Antarctica waarbij 111045 kilometer werd afgelegd. Dit is volledig inconsistent met het bal-model.

43)  Indien de Aarde een bal zou zijn dan zijn er verschillende vluchten op het zuidelijk halfrond die hun snelste, meest rechtlijnig pad over het Antarctisch continent zouden afleggen zoals Santiago Chili naar Sydney Australië. In plaats van de kortste, snelste route in een rechte lijn over Antarctica te nemen, maken al zulke vluchten op allerlei wegen een omweg, weg van Antarctica waarbij beweerd wordt dat de temperaturen te laag zijn voor het reizen per vliegtuig! Het feit in acht nemend dat er vele vluchten naar/van/over Antarctica zijn en dat NASA beweert over technologie te beschikken dat hen tegen veel lagere (en hogere) temperaturen beschermt dan de temperaturen die op aarde voorkomen is zulk een excuus duidelijk niet meer dan een smoes en vinden deze vluchten niet plaats omdat ze onmogelijk zijn.

44)  Indien de Aarde een bal zou zijn en Antarctica te koud om er overheen te vliegen, zou de enige logische manier om van Sydney naar Santiago te vliegen recht over de Stille Oceaan zijn, de gehele vlucht op het zuidelijk halfrond plaatsvindend. Het bijtanken zou in Nieuw Zeeland gedaan kunnen worden of op andere bestemmingen onderweg op het zuidelijk halfrond indien noodzakelijk. In werkelijkheid echter vinden Santiago-Sydney vluchten plaats door naar het noordelijk halfrond te gaan, te landen op LAX (Los Angeles) en andere Noord-Amerikaanse luchthavens voordat de reis vervolgd wordt naar het zuidelijk halfrond. Zulke belachelijke grillige omwegen zijn onzinnig op de globe maar deze routes zijn zeer zinnig en vormen vrijwel rechte lijnen wanneer e op een platte Aarde kaart getoond worden.

45)  Op een bal-Aarde zou Johannesburg Zuid Afrika naar Perth Australië een rechte lijn moeten zijn met comfortabel bijtanken op Mauritius of Madagaskar. In de praktijk echter landen de meeste Johannesburg naar Perth vluchten merkwaardigerwijs in Dubai, Hong Kong of Maleisië, al deze landingen zijn onzinnig op de bal maar volledig begrijpelijk indien op een platte Aarde kaart geprojecteerd.

46)  Op een bal-Aarde zou Kaapstad Zuid Afrika naar Buenos Aires Argentinië een rechte lijn moeten zijn over de Atlantische Oceaan die de breedtegraad tussen de twee volgt maar in plaats daarvan gaat elke vlucht eerst naar verbindende locaties op het noordelijk halfrond, landend op welke plek dan ook van Londen tot Turkije tot Dubai. Wederom zijn deze landingen onzinnig op de globe maar zijn volledig begrijpelijke opties wanneer geprojecteerd op een platte Aarde.

47)  Op een bal-Aarde zou Johannesburg Zuid Afrika naar Sao Paulo Brazilië een rechte lijn langs de 25e graad zuiderbreedte moeten zijn maar bijna elke vlucht landt, om bij te tanken, eerst op de 50e graad noorderbreedte in Londen! De enige reden dat een dergelijke belachelijke tussenstop in de realiteit functioneert is dat de Aarde plat is.

48)  Op een bal-Aarde zou een vlucht van Santiago Chili naar Johannesburg Zuid Afrika ten zuiden van de Steenbokskeerkring op het zuidelijk halfrond makkelijk moeten zijn, maar toch wordt op elke vermelde vlucht eerst een merkwaardige landing om bij te tanken gemaakt in Senegal nabij de Kreeftskeerkring op het noordelijk halfrond! Wanneer geprojecteerd op een platte Aarde wordt de reden ervan echter duidelijk. Senegal is bevindt zich in werkelijkheid op de rechte lijn tussen de twee.

49)  Indien de Aarde een tollende bal zou zijn verhit door een zon 150 miljoen kilometer verwijderd dan zou het onmogelijk zijn om gelijktijdig broeierige zomers in Afrika te hebben terwijl slechts een aantal duizend kilometer verder steenkoude Arctische/Antarctische winters heersen waar weinig tot geen warmte van de zon wordt ontvangen. Indien de hitte van de zon 150 miljoen kilometer naar de Sahara reist dan is het absurd te beweren dat de 6400 kilometer (0,00004%) verder naar Antarctica een dergelijk broeiende hitte teniet zou doen met zulke drastische verschillen als resultaat.

50)  Indien de Aarde waarlijk een globe zou zijn dan zouden de Noord- en Zuidpool en gebieden op onderling vergelijkbare breedtegraden ten noorden en zuiden van de evenaar vergelijkbare condities moeten hebben zoals temperaturen, seizoenswisselingen, lengte van de dagen, plantaardig en dierlijk leven. In werkelijkheid echter verschillen de poolregio’s en gebieden op onderling vergelijkbare breedtegraden wezenlijk, geheel inconsistent met het bal-model en geheel consistent met het platte model.

51)  Antarctica is verreweg de koudste plek op Aarde met een gemiddelde jaartemperatuur van ca. -49 graden Celsius en een record lage temperatuur van -93! De gemiddelde jaartemperatuur op de Noordpool echter is een in vergelijking warme -15,5 graden. Gedurende het jaar variëren temperaturen in het Antarctisch gebied minder dan de helft dan die van vergelijkbare Arctische breedtegraden. In het noordelijk poolgebied zijn de zomers gematigd warm en zijn de winters overkomelijk, daarentegen warmt het Antarctisch gebied zelfs nooit genoeg op om het eeuwige ijs en de sneeuw te laten smelten. Op een kantelende, schommelende bal-Aarde gelijkmatig om de Zon tollend zouden de temperaturen en seizoenen in het Arctisch en Antarctisch gebied niet zo enorm moeten variëren.

52) IJsland dat op 65 graden noorderbreedte ligt kent 870 soorten inheemse planten en een grote verscheidenheid aan dierlijk leven. Vergelijk dit met het Isle of Georgia dat op enkel op 54 graden zuiderbreedte ligt en slechts 18 soorten inheemse planten kent en waar dierlijk leven nauwelijks bestaat. Dezelfde breedtegraad als Canada of het noorden van Engeland waar dichte bossen met hoge bomen van diverse soorten talrijk zijn, waarbij de infame Kapitein Cook over Georgia schreef dat hij niet in staat was een enkele struik te vinden groot genoeg om er een tandenstoker van te maken. Cook schreef: “Er was geen boom te bekennen. De gebieden die zuidelijk liggen zijn door de natuur tot eeuwigdurende kou veroordeeld – om nooit de warmte van de zonnestralen te voelen; waarvoor ik geen woorden heb om het verschrikkelijke en woeste aspect ervan te beschrijven. Zelfs maritiem leven is in bepaalde uitgestrekte gebieden schaars, en kan men de zeevogel zelden over zulke eenzame kale terreinen zien vliegen. Het contrast tussen de grenzen van organisch leven in het Noordpoolgebied en het Antarctisch gebied is zeer opvallend en significant.

53)  Op plaatsen van vergelijkbare noorder- en zuiderbreedten gedraagt de Zon zich heel anders dan op een tollende bal-Aarde het geval zou zijn. De langste zomerdagen bijvoorbeeld ten noorden van de evenaar zijn veel langer dan de langste dagen ten zuiden van de evenaar en de kortste winterdagen ten noorden van de evenaar zijn veel korter dan de kortste ten zuiden van de evenaar. Dit is onverklaarbaar op een gelijkmatig tollende schommelende bal-Aarde maar past geheel in het platte model waarbij de Zon over en rond de Aarde cirkelt van keerkring tot keerkring.

54)  Op plaatsen van vergelijkbare noorder- en zuiderbreedten vinden dageraad en avondschemering op geheel andere wijze plaats dan op een tollende bal het geval zou zijn, maar precies op de juiste manier in het geval van een platte Aarde. In het Noorden komen dageraad en avondschemering langzaam en duren veel langer dan in het Zuiden waar ze zeer snel komen en gaan. Op bepaalde plaatsen in het Noorden kan de schemering meer dan een uur duren terwijl op vergelijkbare zuidelijke breedten het zonlicht binnen enkele minuten volledig verdwijnt. Dit is onverklaarbaar op een gelijkmatig tollende, schommelende bal-Aarde maar is precies wat verwacht wordt op een platte Aarde met een Zon die sneller en in wijdere banen over het Zuiden cirkelt en langzamer en in kleinere banen over het Noorden.

55)  Indien de Zon elke 24 uur over en rond de Aarde cirkelt elke 6 maanden gestaag reizend  van keerkring tot keerkring dan volgt daaruit dat het noordelijke centrale gebied jaarlijks veel meer hitte zou ontvangen dan het zuidelijk rondomvoerend gebied. Aangezien de Zon in dezelfde 24 uur over de grotere zuidelijke regio moet cirkelen als over de kleinere noordelijke regio moet zijn passage proportioneel sneller zijn. Dit verklaart op perfecte wijze de verschillen in Arctische en Antarctische temperaturen, seizoenen, duur van het daglicht, vegetatie en dierlijk leven; dit is de reden waarom de Antarctische dageraad en avondschemering zeer abrupt zijn vergeleken met het Noorden; en dit verklaart waarom gedurende menige Arctische midzomernacht de Zon in het geheel niet ondergaat.

56)  De “Middernachtzon” is een Arctisch fenomeen dat jaarlijks gedurende de zomerwende plaatsvindt waarbij gedurende meerdere dagen aan een stuk een waarnemer die zich ver genoeg in het noorden bevindt de Zon bovenhoofds kan zien cirkelen, stijgend een dalend in de hemel gedurende de gehele dag, maar gedurende meer dan 72 uur nimmer ondergaand! Indien de Aarde waarlijk een tollende globe zou zijn die om de Zon cirkelt dan zou de enige plek waar een fenomeen zoals de Middernachtzon waargenomen zou kunnen worden aan de polen zijn. Vanaf elke andere waarnemingspositie vanaf 89 graden breedte naar beneden zou de Zon nooit, ongeacht welke kanteling of inclinatie, gedurende 24 uur aan een stuk te zien zijn. Om de Zon gedurende een complete omwenteling op een tollende bal te zien op een plek anders dan de polen, zou je door kilometers en kilometers land en zee moeten heenkijken voor een gedeelte van de omwenteling!

57)  De gevestigde orde beweert dat de middernachtzon op Antarctica waargenomen kan worden maar ze hebben comfortabel genoeg geen onversneden video dat zulks toont, noch wordt onafhankelijke onderzoekers toegestaan om gedurende de winterwende naar Antarctica te reizen om deze bewering te verifiëren of te weerspreken. In tegenstelling daartoe bestaan dozijnen onversneden video’s die publiekelijk beschikbaar zijn die de Arctische Middernachtzon laten zien en deze is ontegensprekelijk geverifieerd.

58)  Het Koninklijk Belgisch Geografisch Instituut legde in haar “Expedition Antarctique Belge” vast dat gedurende de strengste periode van de winter, vanaf 71 graden zuiderbreedte, de Zon op 17 mei ondergaat en tot 21 juli niet boven de horizon gezien wordt! Dit is volledig in conflict met de bal-Aardetheorie maar wordt makkelijk verklaard door het platte-Aardemodel. De middernachtzon wordt in extreem noordelijke breedten tijdens de Arctische zomer vanaf grote hoogten waargenomen omdat de binnenste omcirkeling van de Zon om het poolcentrum strak genoeg is om boven de horizon zichtbaar te blijven voor iemand die zich op een dergelijk waarnemingspunt bevindt. Op dezelfde manier, tijdens de Arctische zomer in extreem zuidelijke breedten verdwijnt de Zon volledig uit zicht gedurende meer dan 2 maanden omdat de Zon daar aan de noordelijke keerkring bij de binnenste boog van zijn boemerangreis het noordelijk centrum te strak omcirkelt om vanaf de zuidelijke omtrek zichtbaar te zijn.

59)  Gabrielle Henriet citerend: “De theorie van de rotatie van de Aarde kan voor eens en voor altijd als onuitvoerbaar weggeworpen worden door op de volgende onachtzaamheid te wijzen. Er wordt gezegd dat de rotatie een duur van 24 uur heeft en dat zijn snelheid gelijkblijvend is, in welk geval, noodzakelijkerwijs, dagen en nachten een identieke duur zouden moeten hebben van elk twaalf uur gedurende het hele jaar. De zon zou onveranderlijk op de zelfde tijden ‘s morgens opkomen en ‘s avonds ondergaan met als resultaat dat er elk etmaal van 1 januari tot en met 31 december een dag- en nachtevening zou zijn. Men zou zich de tijd moeten nemen om hierover na te denken vooraleer te zeggen dat de aarde roteert. Hoe verklaart het systeem der gravitatie de seizoensvariaties in de duur van dagen en nachten indien de aarde 24 uur met gelijkblijvende snelheid roteert!?

60)  Iedereen kan bewijzen dat de zeehorizon perfect recht, en de gehele Aarde perfect plat is door het gebruik van niet meer dan een waterpas, twee statieven en een houten plank.  Bevestig, op welke hoogte boven het zeeniveau dan ook, eenvoudigweg een 1.80 tot 3.60 m lange, gladde, genivelleerde plank op zijn kant op de statieven en kijk vanaf ooghoogte naar de horizon erachter. De zich in de verte bevindende horizon zal altijd perfect parallel met de bovenkant van de plank lopen. Daarenboven, als je je in een halve cirkel van het ene uiteinde van de plank naar de andere beweegt terwijl je naar de horizon boven de bovenste rand kijkt, zul je in staat zijn een duidelijk, vlakke afstand van 16-32 kilometer te volgen, afhankelijk van de hoogte waarop je je bevindt. Dit zou onmogelijk zijn als de Aarde een globe zou zijn en het oppervlakte van water convex! Indien de aarde in werkelijkheid een globe zou zijn met een omtrek van 40.000 km, zou de horizon met het centrum van de plank parallel lopen maar vervolgens geleidelijk en merkbaar dalen in de richting van de uiteinden van de plank. Slechts 16 km aan elke zijde zou een makkelijk zichtbare kromming van 20 m van beide uiteinden naar het centrum met zich meebrengen.

61)  Indien de Aarde in werkelijkheid een grote bal met een omtrek van 40.000 kilometer zou zijn dan zou de horizon merkbaar gekromd zijn, zelfs op zeeniveau en zou vanaf je zichthoek alles op de horizon, of deze benaderend, lichtelijk achterwaarts lijken te kantelen. Verre gebouwen langs de horizon zouden alle als scheve torens van Pisa uitzien, wegvallend van de waarnemer. Op een bal-Aarde zou een heteluchtballon die opstijgt en vervolgens gestaag van je wegdrijft langzaam en constant meer en meer lijken achterwaarts te leunen naarmate het verder weg vloog, de bodem van de mand geleidelijk in zicht komend terwijl de top van de ballon uit het zicht verdwijnt. In werkelijkheid echter blijven gebouwen, ballonnen, bomen, mensen, alles en alles met rechte hoeken ten opzichte van de grond/horizon ongeacht de afstand of hoogte van de waarnemer.

62)  Samuel Rowbotham’s experimenten bij het Old Bedford Level bewezen afdoende dat het water van het kanaal volledig vlak was over een lengte van 9,6 kilometer. Hij stond met zijn telescoop die hij 20 cm boven het water hield in het kanaal waarop zijn vriend in een boot met een vlag van 1,52 m hoog het kanaal afzeilde. Indien de Aarde een bal met een omtrek van 40.000 kilometer zou zijn dan zou het stuk van 9,6 kilometer uit een boog hebben moeten bestaan met een middenpunt van 1,83 m hoog waardoor de gehele boot en vlag uiteindelijk hadden moeten verdwijnen, terwijl de werkelijkheid was dat boot en vlag op de zelfde hoogte gedurende de gehele reis zichtbaar bleven.

63)  Bij een tweede experiment bevestigde Dr. Rowbotham vlaggen van 1,83 m langs de oever, eentje per mijl (1,609 m). Vervolgens keek hij door zijn telescoop die op een hoogte van 1,83 m net achter de eerste vlag was bevestigd over de toppen van de 6 vlaggen die perfect in lijn stonden. Indien de Aarde een bal met een omtrek van 40.000 kilometer zou zijn dan zouden de vlaggen na de eerste die de zichtlijn bepaalde toenemend lager gestaan hebben waarbij de tweede vlag 20 cm, de derde 81 cm, de vierde 1,83 m, de vijfde 3,25 m en de zesde 5,08 m. gezakt zou zijn.

64)  Citaat uit “Earth Not a Globe” door Samuel Rowbotham: “Het is bekend dat de horizon aan zee, hoe ver deze zich ook ter rechter en linker zijde van de zich op het land bevindende waarnemer uitstrekt, zich altijd als een rechte lijn laat zien. Het navolgend experiment werd in verschillende delen van het land uitgevoerd. In Brighton werden op een verhoging dichtbij de renbaan, direct tegenover de zee twee palen met een tussenafstand van 5,5 m in de aarde geslagen. Tussen deze palen werd een touw parallel aan de horizon gespannen. Vanaf het centrum van het touw omvatte het zicht aan beide zijden niet minder dan 32 km zodat de totale afstand 64 km was. In ogenschouw werd een vaartuig genomen die in westelijke richting voer; gedurende meerdere uren doorsneed het touw het takelwerk net iets boven de kade totdat het vaartuig de gehele afstand van 64 km had afgelegd. Het schip dat vanuit het westen in zicht kwam zou gedurende 32 km een hellend beklommen moeten hebben voordat het bij het centrum van de boog zou zijn aangekomen, vanwaar over dezelfde afstand gedaald zou moeten worden. Het kwadraat van 32 km vermenigvuldigd met 12,6 cm is 81 m, zijnde de afstand dat het vaartuig zich onder het touw zou bevinden aan het begin en het einde van de 64 km.

65)  Eveneens Dr. Rowbotham citerend: “Aan de kust nabij Waterloo, enkele km ten noorden van Liverpool, werd een goede telescoop op een hoogte van 6 voet boven het water aangebracht. Het werd op een grote stoomboot gericht die net de Mersey rivier verliet op weg naar Dublin. Geleidelijk kwam de masttop van het zich verwijderend schip dichterbij de horizon, totdat uiteindelijk nadat ruim 4 uur verstreken waren, deze verdween. De gewoonlijke vaarsnelheid van de naar Dublin varende stoomboten was bijna 8 mijl/u, zodat het vaartuig zich minstens op een afstand van 32 mijl bevond op het moment dat de masttop de horizon raakte. De 6 voet hoogte van de telescoop vereist dat vanwege convexiteit 3 mijl in mindering gebracht worden waardoor ruim 29 mijl resteren, het kwadraat waarvan vermenigvuldigd met 8 inch resulteert in ruim 170 meter, daarop 24 m in mindering brengend voor de hoogte van de hoofdmast, en we zien dat, volgens de doctrine van de rondte, de masttop van de zich verwijderende stoomboot zich 146 m beneden de horizon had moeten bevinden. Veel soortgelijke experimenten zijn met zich op zee verwijderende stoomboten gedaan, en altijd met een resultaat dat volledig incompatibel is met de theorie dat de aarde een globe is.”

66)  Dr. Rowbotham deed meerdere andere experimenten waarbij hij telescopen, waterpassen, sextanten en theodolieten gebruikte, speciale precisie-instrumenten voor het verrichten van hoekmetingen op horizontale en verticale vlakken. Door deze op elkaar gericht op gelijke hoogte te plaatsen bewees hij keer op keer overtuigend dat de Aarde over kilometers lengte plat is zonder een centimeter kromming. Zijn bevindingen veroorzaakten tumult in de wetenschappelijk wereld en dankzij 30 jaar van zijn inspanningen werd de vorm van de Aarde een veelbesproken onderwerp rond de eeuwwisseling van de 19e eeuw.

67)  De afstand over de Ierse Zee vanaf Douglas Harbor op het Isle of Man in Noord Wales tot Great Orm’s Head in Noord Wales is 96 km.  Indien de Aarde een globe zou zijn dan zou de oppervlakte van het water tussen de twee een boog van 96 kilometer vormen waarvan het centrum ruim 592 meter boven de kunstlijnen aan beide zijden zou uitstijgen! Het is echter welbekend en makkelijk verifieerbaar dat op een heldere dag, vanaf de bescheiden hoogte van 30 meter, de Great Orm’s Head vanaf Douglas Harbor zichtbaar is. Dit zou op een globe van 40.000 kilometer volkomen onmogelijk zijn.  Aannemend dat 30 meter hoogte de horizon ongeveer 21 kilometer naar voren getrokken doet lijken, zouden de resterende 75 kilometer betekenen dat de Welse kustlijn nog altijd een onmogelijke 449 meter onder de zichtlijn zou vallen!

68)  De gezichtseinder van Philadelphia is duidelijk zichtbaar vanaf Apple Pie Hill in de New Jersey Pine Barrens 64 kilometer verder. Indien de Aarde een bal zou zijn met een omtrek van 40.000 km dan zou, rekening houdend met de hoogte van 62 meter van Apple Pie Hill, de gezichtseinder van Philadelphia geheel schuilgaan achter 102 meter kromming.

69)  De gezichtseinder van de stad New York is duidelijk zichtbaar vanaf Harriman State Park’s Bear Mountain 96 kilometer verder. Indien de Aarde een bal zou zijn met een omtrek van 40.000 km dan zou, kijkende vanaf de 391 meter hoge top van Bear Mountain, het theorema van Pythagoras bepalend dat de afstand tot de horizon 1,23 maal de wortel van de hoogte in voet is, de gezichtseinder van de stad New York onzichtbaar moeten zijn schuilgaand achter 52 meter gekromde Aarde.

70)  Vanaf Washington’s Rock in New Jersey, op slechts 122 meter hoogte, is het mogelijk om op een heldere dag gelijktijding in tegengestelde richtingen de gezichtseinders van zowel New York als Philadelphia te zien, over een totale afstand  van 193 kilometer! Indien de Aarde een bal zou zijn met een omtrek van 40.000 km zouden deze beide gezichtseinders schuil moeten gaan achter ruim 244 meter aardkromming.

71)  Het is dikwijls mogelijk om vanaf zeeniveau de gezichtseinder van Chicago te zien 96 kilometer over het Meer van Michigan. In 2015, nadat fotograaf Joshua Nowicki dit fenomeen fotografeerde waren diverse nieuwsprogramma’s  er snel bij te beweren dat de foto een “bovenliggende luchtspiegeling” liet zien, een atmosferische anomalie veroorzaakt door temperatuurinversie. Alhoewel deze bestaan, stond de betreffende gezichtseinder met de juiste zijde naar boven gericht en was duidelijk zichtbaar, anders dan een wazige illusoire luchtspiegeling die zich op een bal-Aarde met een omtrek van 40.000 km 732 meter onder de horizon had moeten bevinden.

72)  Op 16 oktober 1854 berichtte de krant Times vanuit Hull over het bezoek van de koningin aan Great Grimsby schrijvende dat ze in staat waren een 90 meter hoge Dock Tower van een afstand van 113 kilometer te zien. Op een bal-Aarde met een omtrek van 40.000 km, rekening houdende met hun hoogte van 3 meter boven water en de hoogte van de toren, zou op een afstand van 113 kilometer de Dock Tower 792 meter onder de horizon hebben moeten blijven.

73)  In 1872 berichtte Kaptitein Gibson en zijn bemanning zeilend op het schip “Thomas Wood” van China naar Londen dat ze op een heldere dag het geheel van het Eiland van St. Helena vanaf een afstand van 121 kilometer konden zien. Rekening houdend met de hoogte waarop men zich tijdens de meting bevond zou op een bal-Aarde met een omtrek van 40.00 km het eiland zich 1113 m onder de zichtlijn moeten bevinden.

74)  Vanaf Genua Italië op een hoogte van slechts 21 meter boven zeeniveau kan het eiland Gorgona dikwijls op een afstand van 130 kilometer gezien worden. Indien de Aarde een bal zou zijn met een omtrek van 40.000 km dan zou Gorgona achter 1016 meter kromming meter schuil moeten gaan.

75)  Vanaf Genua Italië op een hoogte van slechts 21 meter boven zeeniveau kan het eiland Corsica dikwijls op een afstand van 159 kilometer gezien worden. Indien de Aarde een bal zou zijn met een omtrek van 40.000 km dan zou Corsica 1599 meter moeten onder de horizon moeten zakken.

76)  Vanaf Genua Italië op een hoogte van 21 meter boven zeeniveau kan het eiland Capraia dikwijls op een afstand van 164 kilometer gezien worden. Indien de Aarde een bal zou zijn met een omtrek van 40.000 km dan zou Capraia altijd achter 1708 meter veronderstelde kromming schuil moeten gaan.

77)  Eveneens vanaf Genua kan op een heldere dag het eiland Elba gezien worden op een ongelooflijke aftstand van 201 kilometer gezien worden! Indien de Aarde een bal zou zijn met een omtrek van 40.000 km dan zou Elba voor altijd onzichtbaar achter een kromming van 2673 meter moeten zijn.

78)  Vanaf Anchorage Alaska op een hoogte van 31 meter kan op een heldere dag met het blote oog Mount Foraker op 193 kilometer worden gezien. Indien de Aarde een bal zou zijn met een omtrek van 40.000 km dan zou Mount Foraker’s top van 5304 m voor de waarnemer terugleunend moeten zijn bedekt door 2353 meter gekromde Aarde. In de realiteit echter kan de gehele berg met behoorlijk gemak van voet tot top waargenomen worden.

79)  Vanaf Anchorage Alaska op een hoogte van 31 meter kan op een heldere dag met het blote oog Mount McKinley op 209 kilometer worden gezien. Indien de Aarde een bal zou zijn met een omtrek van 40.000 km dan zou Mount McKinley’s top van 6194 meter voor de waarnemer terugleunend moeten zijn en bijna half bedekt door 2810 meter gekromde Aarde. In de realiteit echter kan de gehele berg met behoorlijk gemak van  voet tot top waargenomen worden.

80)  In Chambers’ Journal van februari 1895, berichtte een matroos die in de buurt van Mauritius in de Indische Oceaan was, dat hij een vaartuig had gezien dat zich op een ongelooflijke afstand van 320 kilometer bleek te bevinden!  Het voorval veroorzaakte indertijd in nautische kringen veel heftig debat, aan bevestiging winnend in Aden, Jemen waar een andere getuige berichtte dat deze een vermiste stoomboot uit Bombay vanaf een afstand van 320 kilometer had gezien. Hij beschreef op correcte wijze het exact uiterlijk en de exacte locatie en richting van de stoomboot, later door alle opvarenden onderschreven en als correct bevestigd. Zulke waarnemingen zijn absoluut onverklaarbaar indien de aarde daadwerkelijk een bal met een omtrek van 40.000 km zou zijn, aangezien schepen op een afstand van 320 km zich bij benadering 8 km onder de zichtlijn zouden moeten bevinden!

81)  De afstand waarop verscheidene vuurtorens over de wereld op zee zichtbaar zijn gaat de afstand die op een bal-Aarde gevonden zou kunnen worden ver te boven. De vuurtoren van Duinkerken in Noord-Frankrijk bijvoorbeeld is met zijn hoogte van 59 meter is vanaf een boot (3 meter boven zeeniveau) vanaf 45 kilometer zichtbaar. De boldriehoeksmeetkunde schrijft voor dat indien de Aarde een globe zou zijn met de gegeven kromming van 8 inch (20 cm) per mijl kwadraat, dit licht 58 meter onder de horizon verborgen zou moeten zijn!

82)  De vuurtoren van Port Nicholson in Nieuw Zeeland is 128 meter boven zeeniveau en op een afstand van 56 km zichtbaar wat betekent dat het 67 meter beneden de horizon zou moeten zijn.

83)  De Egerö vuurtoren in Noorwegen is 47 meter boven het water en zichtbaar op 45 km. terwijl het 70 meter beneden de horizon zou moeten zijn.

84)  De vuurtoren van Madras aan de boulevard, bevindt zich op een hoogte van 40 meter en is zichtbaar op 45 km, terwijl het 76 meter onder de zichtlijn zou moeten zijn.

85)  De Cordonan vuurtoren aan de westkust van Frankrijk bevindt zich op een hoogte van 63 meter en is op 50 km zichtbaar, en is daarmee 85 meter boven de zichtlijn.

86)  De vuurtoren van Cape Bonavista, Newfoundland bevindt zich op 45 meter boven zeeniveau en is op 56 km zichtbaar terwijl het 150 meter onder de horizon zou moeten zijn.

87) De kerktorenvuurtoren van St. Botolph’s Parish Church in Boston heeft een hoogte van 88 meter en is op 65 km zichtbaar, terwijl hij een volle 244 meter onder de horizon verborgen zou moeten zijn!

88)  De vuurtoren van het Isle of Wight in Engeland is 55 m hoog en kan vanaf 68 km gezien worden, een afstand waarvan moderne astronomen zeggen dat het licht zich 304 m onder de zichtlijn zou moeten bevinden.

89)  De vuurtoren van Kaap L’Agulhas in Zuid Afrika is 10 m hoog, 73 m boven zeeniveau, en kan op een afstand van 80 km gezien worden.  Indien de wereld een globe zou zijn, zou het licht zich 427 m onder de zichtlijn van een waarnemer bevinden.

90)  Het Vrijheidsbeeld in New York staat 99 m boven zeeniveau en kan op een heldere dag vanaf 96 km. worden gezien. Indien de Aarde een globe zou zijn, dan zou deze de Vrijheidsdame op een onmogelijke 632 m beneden de horizon laten zijn.

91)  De vuurtoren van Port Said, Egypte die op een hoogte van slechts 18 m staat, is op een verbazingwekkende afstand van 93 km waargenomen, terwijl, volgens moderne astronomie deze zich 665 m onder de zichtlijn zou moeten bevinden!

92)  De torenspits van de Notre Dame kerk in Antwerpen staat 143 m boven zeeniveau. Met behulp van een telescoop, kunnen aan de horizon schepen worden onderscheiden, en kapiteinen betuigen dat ze de kathedraaltoren van een verbazingwekkende afstand van 240 km kunnen zien. Indien echter de Aarde een globe zou zijn, dan zou op deze afstand de torenspits zich 1600 meter onder de horizon moeten bevinden!

93)  De afstand over het Kanaal van St. George, tussen Holyhead en Kingstown Harbour, nabij Dublin, is 96 km. Wanneer halfweg zal een passagier op een pont het vuurtorenlicht van de Holyhead Pier in zijn rug merken en voor hem het vuurtorenlicht van Poolbeg in de Baai van Dublin.  De vuurtoren van Holyhead is ruim 13 meter hoog waardoor een vaartuig in het midden van het kanaal 48 kilometer van beide zijden, staand op een dek 7,32 m boven het water duidelijk beide lichten kan zien. Echter op een bal-Aarde met een omtrek van 40.000 km zouden beide lichten verborgen moeten zijn door een ligging van meer dan 92 meter flink onder beide horizonnen.

94)  Vanaf het hoogland nabij Portsmouth Harbor in Hampshire, Engeland en over Spithead naar het Isle of Wight kijkend, bestaat de gehele basis van het eiland, daar waar water en land samenkomen, uit een perfect rechte lijn van 35 km. Volgens de bal-Aarde theorie zou het Isle of Wight 24 m vanaf het centrum naar beide zijden moeten dalen om de vereiste kromming te verklaren. Meermaals is echter aangetoond dat het land en het water volkomen horizontaal zijn wanneer het volgkruis van een goede theodoliet erop wordt gericht.

95)  Op een heldere dag is vanaf het hoogland nabij Douglas Harbor op het Isle of Man, de gehele lengte van de kust van Noord Wales met het blote oog dikwijls goed zichtbaar. Het stuk tussen het Point of Ayr bij de monding van de Dee naar Holyhead bedraagt 80 km en is herhaaldelijk als perfect vlak vastgesteld. Als de Aarde daadwerkelijk een kromming van 8 inch per mijl zou hebben zoals NASA en moderne Astronomie beweren, zou de 80 kilometer lange kust van Wales zoals die langs de horizon vanaf Liverpool Bay gezien wordt, met een respectabele 127 m aan elke zijde van het middelpunt moeten dalen!

96) Uit “100 Bewijzen dat de Aarde Geen Globe is” van William Carpenter: “Als we ‘s nachts een reis door de Baai van Chesapeake maken, zien we gedurende een uur het ‘licht’ van Sharpe’s Island voordat de stoomboot er arriveert. We nemen een positie op het dek in op een manier dat de reling aan de zijde van het vaartuig in lijn met het ‘ licht’ en binnen de zichtlijn is; we zullen vaststellen dat gedurende de gehele reis het licht niet het kleinste beetje in zijn zichtbare hoogteligging afwijkt. Maar, zeggen we, dat een afstand van 21 km afgelegd werd, dan eist de astronomentheorie der ‘kromming’ een verschil (hoe je het ook wendt of keert!) in de klaarblijkelijke hoogte van het licht van ruim 34 m! Aangezien er echter geen honderdste van een haarbreedte verschil is, hebben we duidelijk bewijs dat het water van de Baai van Chesapeake niet gekromd is, hetgeen een bewijs is dat de Aarde niet een globe is.

97)  NASA en de moderne astronomie zegt dat de Aarde een reusachtige globe is die met 1600 km/u om zijn centrale as tolt, met 108.000 km/u om de Zon cirkelt, en met ruim 800.000 km/u een spiraal om de Melkweg beschrijft terwijl dit sterrenstelsel in zijn geheel met een belachelijke 1.08 miljard km/u door het universum raast en dat al deze bewegingen hun oorsprong vinden in een beweerde werelden creërende “Oerknal” explosie 14 miljard jaar geleden. Dat is een som totaal van 1.09 miljard km/u in diverse richtingen waarmee we allen vermeend gelijktijdig aan het voortrazen zijn. Niemand heeft ooit een degelijke beweging gezien, gevoeld, gehoord, gemeten of bewezen.

98)  NASA en de moderne astronomie zeggen dat Polaris, de Poolster, zich op een afstand ergens tussen 323-434 lichtjaar, of ongeveer 2 biljard kilometer van ons vandaan bevindt! Merk op de eerste plaats op dat dit 3118 biljard en 4190 biljard km is, een verschil van 1072 biljard kilometer! Indien de moderne astronomie het zelfs niet eens kan worden over de afstand tot de sterren met verschillen van honderden biljoenen km dan schiet hun “wetenschap” misschien tekort en behoeft hun theorie herziening. Maar zelfs als we hen hun onbegrijpelijk ver verwijderde sterren toestaan, kunnen heliocentrische astronomen niet adequaat verklaren hoe Polaris het klaarspeelt altijd perfect recht boven de Noordpool te blijven gedurende de Aarde’s veronderstelde kantelende, schommelende, roterende bewegingen.

99)  Gezien vanaf bal-Aarde zou Polaris, recht boven de Noordpool gesitueerd, nergens in het zuidelijk halfrond zichtbaar moeten zijn. Om dit mogelijk te laten zijn zou de waarnemer op een of andere manier “door de globe” moeten kijken en zouden kilometers land en zee doorzichtig moeten zijn. Polaris kan echter tot aan 20 graden zuiderbreedte gezien worden.

100)  Indien de Aarde een bal zou zijn zouden het Zuiderkruis en andere constellaties alle gelijktijdig vanaf elke lengtegraad op dezelfde breedte zichtbaar zijn zoals in het Noorden het geval is met Polaris en zijn omgevende constellaties. Ursa Major/Minor en vele andere kunnen gelijktijdig vanaf elke noordelijke meridiaan gezien worden waar in het Zuiden constellaties zoals het Zuiderkruis niet gezien kunnen worden. Dit bewijst dat het zuidelijk halfrond niet “omgevouwen” is zoals in het bal-Aardemodel maar eenvoudig verder uitwaarts gestrekt is, weg van het noordelijke centrale punt zoals in het platte-Aardemodel.

101)  Van Sigma Octantis wordt beweerd dat het een zuidelijke centrale poolster is vergelijkbaar met Polaris waaromheen alle sterren van het zuidelijk halfrond in tegengestelde richting draaien. Anders dan Polaris echter kan Sigma Octantis NIET vanaf elk punt langs dezelfde breedtegraad gezien worden, het is NIET centraal maar beweerdelijk 1 graad uit het centrum, is NIET bewegingsloos en kan feitelijk in het geheel niet gezien worden met behulp van algemeen beschikbare telescopen! Er is legitieme speculatie inzake het bestaan van Sigma Octantis. Hoe dan ook, de richting waarin de sterren bovenhoofds bewegen is op perspectief en op de exacte richting waarin je kijkt gebaseerd, niet op welk halfrond je je bevindt.

102)  Sommige heliocentristen hebben getracht te suggereren dat de bovenhoofdse geleidelijke neiging van de Poolster terwijl een waarnemer in zuidelijke richting reist bewijs voor een globale Aarde is. Verre van, de neiging van de Poolster of van elk ander object is gewoon een resultaat van de Wet van het Perspectief op platte oppervlakten. Deze wet dicteert dat de hoek en hoogte van waar een object wordt waargenomen afneemt naarmate men zich van het object verwijdert tot een bepaald punt de zichtlijn en de schijnbaar rijzende oppervlakte van de Aarde naar een verdwijnpunt (i.e. de horizonlijn) samenloopt waarachter het object onzichtbaar is. In het bal-Aardemodel wordt beweerd dat de horizon de kromming van de Aarde is, waar in de werkelijkheid de horizon eenvoudig gekend is als de perspectivische verdwijnlijn gebaseerd op de capaciteit van je ogen, op instrumenten, op water en op hoogte.

103)  Er zijn meerdere constellaties die vanaf een veel grotere afstand over het oppervlak van de Aarde gezien kunnen worden dan mogelijk zou moeten zijn indien de wereld een roterende schommelende bal zou zijn. Ursa Major bijvoorbeeld, dat zich erg dicht bij Polaris bevindt kan van 90 graden noorderbreedte (de Noordpool) gezien worden helemaal naar beneden tot 30 graden zuiderbreedte. Opdat dit op een bal-Aarde mogelijk is zouden de zuidelijke waarnemers door meerdere honderden of duizenden kilometers Aarde heen moeten kijken naar de noordelijke hemel.

104)  De constellatie Vulpecula kan vanaf 90 graden noorderbreedte gezien worden, helemaal tot 55 graden zuiderbreedte. Stier, Vissen en Leeuw kunnen vanaf 90 graden noordelijk helemaal naar 65 graden zuid gezien worden. Een waarnemer op een bal-Aarde, ongeacht enige kanteling of neiging, zou logischerwijs niet in staat moeten zijn zo ver te kijken.

105)  Waterman en Weegschaal kunnen van 65 graden noorderbreedte tot 90 graden zuiderbreedte gezien worden! Het sterrenbeeld Maagd is van 80 graden noordelijk tot 80 graden zuidelijk zichtbaar, en Orion kan van 85 graden noorderbreedte helemaal tot aan 75 graden zuiderbreedte gezien worden! Al dit is enkel mogelijk omdat de “hemisferen” in het geheel geen sferen zijn maar concentrische breedtecirkels zich uitstrekkend van de centrale Noordpool met de sterren die erboven rondcirkelen.

106)  De zogenaamde “Zuidpool” is eenvoudig een arbitrair punt langs het Antarctisch ijs gemarkeerd door een rood-witte kapperspaal afgetopt met een metalen bal-Aarde. Deze ceremoniële Zuidpool echter is toegeven en bewijsbaar NIET de werkelijke Zuidpool omdat de werkelijke Zuidpool demonstreerbaar bevestigd zou kunnen worden met behulp van een kompas tonend dat het Noorden 360 graden rondom de waarnemer is.

Aangezien dit nooit gepresteerd werd blijft het model pure theorie samen met het excuus van de gevestigde orde dat de geomagnetische polen verondersteldelijk voortdurend rondbewegen hetgeen verificatie van haar beweringen onmogelijk maakt.

107)  Ringmagneten van het soort dat in luidsprekers gebruikt wordt hebben een centrale Noordpool met de tegenoverliggende “Zuid” pool die in werkelijkheid bestaat uit alle punten langs de buitenomtrek. Dit demonstreert op perfecte wijze het magnetisme van onze platte Aarde waartegen in het bal-Aardemodel de veronderstelde bron van magnetisme een hypothetische gesmolten magnetische kern in het centrum van de bal is. Hierbij wordt comfortabel beweerd dat dit de beide polen doet veroorzaken voortdurend te bewegen daarmee dus onafhankelijk verificatie vermijdend aan hun twee “ceremoniële” polen. In werkelijkheid is men bij de diepste boring in de geschiedenis, het Russisch Kola Ultradeep, niet verder geraakt dan 13 kilometer, dus het geheel van het bal-Aardemodel dat in scholen onderwezen wordt dat een korst, buitenmantel, binnenmantel en binnenste kernlagen laat zien is puur speculatie aangezien we nimmer meer dan de korst gepenetreerd hebben.

108)  Het scheepskompas is een onmogelijk en onzinnig instrument wanneer het op een bal-Aarde gebruikt wordt. Het wijst over een plat oppervlak gelijktijdig naar het Noorden en het Zuiden, desondanks wordt beweerd dat het twee voortdurend bewegende geomagnetische polen aan de tegenovergestelde einden van een tollende bol aanwijst die voortkomen uit een hypothetische gesmolten kern. Indien kompasnaalden in werkelijkheid naar de Noordpool van een globe getrokken zouden worden, zou de tegenoverliggende “Zuid” naald naar boven, de ruimte in, wijzen.

109)  Er zijn geen gefixeerde “Oost” of “West” punten zoals er ook geen gefixeerd “Zuiden” is. The noordelijke centrale pool is het enig bewezen gefixeerd punt op onze platte Aarde waarbij het Zuiden bestaat uit allemaal lijnen die vanuit de pool uitwaarts lopen en Oost en West concentrische cirkels zijn met constante rechte hoeken, 90 graden van de pool. Een westelijke omvaring van de Aarde is dus rondgaan met Polaris voortdurend aan je rechterzijde terwijl een oostelijk omvaring een rondgaan betekent met Polaris constant aan je linkerzijde.

110)  De Oost/West omvaring door Magellan en anderen worden dikwijls als bewijs voor het balmodel aangehaald. In werkelijkheid echter is het zeilen of vliegen in rechte hoeken naar de Noordpool en uiteindelijk terugkeren naar de originele locatie niet moeilijker of mysterieuzer dan hetzelfde te doen op een globe. Net zoals de punt van een passer op een blad papier geplaatst kan worden en in beide richtingen om de “pool” een cirkel kan traceren, zo kan een schip of vliegtuig een platte Aarde omronden.

111)  Omdat de Noordpool en Antarctica met ijs zijn bedekt en bewaakte vliegverbodzones zijn, zijn er voor zover bekend nimmer schepen of vliegtuigen geweest die de Aarde in Noord/Zuid richting hebben omrond. Dit is het enige soort omronding die op een platte Aarde niet zou kunnen plaatsvinden, daarom zeer waarschijnlijk de reden voor de sterk geïmplementeerde vliegbeperkingen. Het feit dat er nog steeds een enkele Noord/Zuid omronding van de Aarde geverifieerd dient te worden dient als bindend bewijs dat de wereld geen bal is.

112)  Tijdens het bovenhoofds passeren van elke 15 graden demarcatiepunt brengt de Zon het middaguur naar elke tijdzone, 24 keer per dag in zijn cirkelpad over en rond de Aarde. Indien tijdzones daarentegen door het gelijkmatige draaien van de bal-Aarde rondom de Zon veroorzaakt zouden worden, elke 6 maanden wanneer de Aarde zich aan de tegenovergestelde zijde van de Zon bevindt, zouden klokken overal op de wereld 12 uur moeten overslaan, dag zou nacht zijn en nacht zou dag zijn.

113)  De voorstelling dat mensen op de kop staan, schepen op de kop varen en vliegtuigen op de kop vliegen op bepaalde delen van de Aarde terwijl andere dan weer 90 graden en in alle andere onmogelijke hoeken gekanteld zijn is volledige absurditeit. Het idee dat iemand die recht naar beneden een gat graaft uiteindelijk de hemel aan de andere zijde zou bereiken is belachelijk. Gezond verstand zegt elk onafhankelijk denkend mens op correcte wijze dat er welzeker een “boven” en “beneden” in de natuur is, en niet de “alles is relatief” retoriek van het Newtoniaans/Einsteins paradigma.

114)  Citaat uit “On the False Wisdom of the Philosophers” door Lacantius: “Een bol waarop mensen aan de andere zijde met hun voeten boven hun hoofden leven, waar regen, sneeuw en hagel naar boven vallen, waar bomen en gewassen ondersteboven groeien en de hemel lager dan de bodem is? Het wonder uit de oudheid van de Hangende Tuinen Van Babylon is niets vergeleken met de velden, zeeën, steden en bergen waarvan heidense filosofen geloven dat ze zonder ondersteuning vanaf de aarde naar beneden hangen!

115)  De bestaande wetten van densiteit en drijfvermogen verklaarden op perfecte wijze de fysische eigenschappen van vallende objecten lang voordat geridderd Vrijmetselaar “Sir” Isaac Newton z’n zwaartekrachttheorie aan de wereld presenteerde. Het is een feit dat objecten die in mediums met een grotere dichtheid geplaatst worden stijgen terwijl objecten die in mediums met een mindere dichtheid geplaatst worden zinken. Om het met het heliocentrisch model dat geen boven of beneden heeft in overeenstemming te brengen beweerde Newton in plaats daarvan dat objecten door grote massa aangetrokken worden en naar het centrum ervan vallen. Geen enkel experiment in de geschiedenis heeft echter een object getoond dat massief genoeg is om puur vanwege z’n massa een aantrekking te veroorzaken op andere kleinere massa’s zoals Newton beweert dat “zwaartekracht” dat doet op de Aarde, de Zon, de Maan en Planeten.

116)  Er is evenmin ooit in de geschiedenis een experiment geweest dat een object toonde dat massief genoeg is om puur vanwege massa een andere kleinere massa om zich heen te laten draaien. De magische zwaartekrachttheorie staat toe dat oceanen, gebouwen en mensen voor altijd aan de onderzijde van een tollende bal vastgeplakt zijn terwijl het gelijktijdig veroorzaakt dat objecten zoals de Maan en satellieten voor altijd in omrondingen van de Aarde gehouden worden. Indien beide waar zouden zijn dan zouden mensen in staat moeten zijn omhoog te springen en de Aarde zonder aanraking te omronden. Indien niet dan zou de Maan reeds lang geleden de Aarde in gezogen moeten zijn gewordern. Geen van deze theorieën zijn ooit door experimentatie geverifieerd en hun resultaten zijn wederzijds uitgesloten.

117) Newton theoretiseerde tevens, en het wordt nu algemeen onderwezen, dat de getijden door de aantrekkingskracht van de maan veroorzaakt worden. Indien echter de Maan een diameter heeft van slechts 3476 km en de Aarde een van 12.875 km, dan volgt bij gebruik van hun eigen berekening en “wet” daaruit, dat de Aarde 87 keer maasiever is en derhalve zou het grootste object het kleinere aan moeten trekken, en niet andersom. Indien het de sterkere zwaartekracht van de Aarde is die de Maan in haar baan houdt, dan is het voor de zwakkere zwaartekracht van de Maan onmogelijk de zwaartekracht op het zeeniveau van de Aarde, waar zijn aantrekkingskracht zelfs nog sterker dan die van de Maan zou zijn, te verdringen. En indien de aantrekkingskracht van de Maan waarlijk sterker was dan die van de Aarde, veroorzakend dat de getijden naar haar toe getrokken worden dan zou er niets zijn dat hun zou verhinderen te continueren en opwaarts te gaan naar hun grote aantrekker.

118)  Daarenboven, de snelheid en het pad van de Maan zijn gelijkmatig en zouden derhalve een gelijkmatige invloed uitoefenen op de getijden op Aarde, waar in werkelijkheid de tijden op Aarde sterk verschillen en niet de Maan volgen. De meren, vijvers, kwelders en andere inlandse lichamen op Aarde blijven eveneens onverklaarbaar voortdurend buiten de gravitationele greep van de Maan! Indien “zwaartekracht” waarlijk de oceanen van de Aarde omhoog aan het trekken zou zijn dan zouden alle meren, vijvers en andere lichamen met staand water met zekerheid ook getijden moeten hebben.

119)  Er wordt beweerd dat andere planeten bollen zijn en dat derhalve de Aarde eveneens een bol moet zijn. Eerstens is de Aarde een “vlakte” niet een “planeet”, dus heeft de vorm van de “planeten” in de hemel geen betekenis voor de vorm van de Aarde onder onze voeten. Tweedens staan deze planeten sinds duizenden jaren overal op de wereld bekend als “dwaalsterren” aangezien ze enkel in hun relatieve bewegingen van de andere gefixeerde sterren verschillen. Wanneer met een onbevooroordeeld bloot oog of door een telescoop naar de gefixeerde sterren en de dwaalsterren gekeken wordt zien deze als lichtende schijven uit, NIET als bolvormige terra firma. De afbeeldingen en video’s die door NASA van terra firma planeten getoond worden zijn alle duidelijk nep, per computer gefabriceerd, en zijn GEEN foto’s.

120)  De etymologie van het woord “planeet” komt feitelijk van het late Oudengelse planete, van het Oudfranse planete (modern Frans planète), van het Latijns planeta, van het Grieks planetes, van (asteres) planetai “dwaal (sterren)”, van planasthai “dwalen, of van onbekende oorsprong, mogelijk van pie/pele “plat, spreiden”) of de notie van “uitspreiden”.En Plane(n) “plat oppervlak”, ca. 1600 van het Latijns planum “plat oppervlak, vlak, niveau”, planus “plat, niveau, even, klaar”. Ze hebben gewoon een ‘t’ aan ons Aardvlak toegevoegd en iedereen ging ermee in zee.

121)  Als je de Zon en de Maan observeert, zie je twee even grote op gelijke afstand gelegen cirkels die gelijksoortige banen op gelijksoortige snelheden boven een stationaire Aarde volgen. De “experts” van NASA echter, beweren dat je gezond verstand dagelijkse ervaring op alle fronten niet klopt! Om te beginnen zeggen ze dat de Aarde niet plat is maar een grote bal; niet stationair maar tollend met een snelheid van ruim 30 km/s. Ze zeggen dat de Zon niet om de Aarde draait zoals het lijkt, maar dat de Aarde om de Zon draait; de Maan, anderzijds, draait dan weer wél om de Aarde,  maar niet van oost naar west zoals het lijkt, echter van west naar oost; en de Zon is in werkelijkheid 400 maal groter dan de Maan en 400 maal verder weg! Je kunt duidelijk zien dat ze even groot en even ver weg zijn, je kunt zien dat de Aarde plat is, je kunt voelen dat de Aarde stationair is, maar volgens het evangelie van de moderne astronomie heb je het bij het verkeerde eind en ben je een onnozelaar die het verdient eindeloos belachelijk gemaakt te worden als je je eigen ogen en ervaring waagt te geloven!

122)  Allen Daves citerend: “Als de Regering of NASA tegen je gezegd had dat de Aarde stationair is, denk je eens in. En stel je dan voor dat we mensen ervan trachten te overtuigen ‘nee, nee hij is niet stationair, hij beweegt met een snelheid 32x die van een geweerkogel en tolt met 1600 kilometer per uur.’ We zouden uitgelachen worden! Zovelen zouden ‘je bent gek, de Aarde beweegt niet!’ tegen ons zeggen. We zouden belachelijk gemaakt worden omdat we geen wetenschappelijke ondersteuning voor deze complexe bewegende Aarde theorie hadden. En niet slechts dat, maar mensen zouden zeggen, ‘o hoe verklaar je dan een stilstaande, kalme, atmosfeer en de waarneembare beweging van de zon, hoe verklaar je dat?’ Stel je eens voor dat je tegen mensen zegt, ‘nee, nee, de atmosfeer beweegt eveneens maar is op de een of andere wijze aan de bewegende Aarde geklit. De reden is niet simpelweg omdat de aarde stationair is.’ Wat we in werkelijkheid aan het doen zijn is dus zinnig. We zeggen dat de bewegende Aarde theorie onzin is. De stationaire Aarde theorie is zinnig maar we worden belachelijk gemaakt. Je moet het andersom voor je zien om je te realiseren hoe RIDICUUL deze situatie is. Deze theorie van de Regering en NASA dat de Aarde roteert, omwentelingen maakt, kantelt en waggelt, is absolute onzin en toch houden mensen er als aan een teddybeer stevig aan vast. Ze krijgen het eenvoudig niet voor elkaar de mogelijkheid onder ogen te zien dat de Aarde stationair is ofschoon ALLE bewijs het aantoont: we voelen geen beweging, de atmosfeer werd niet weggeblazen, we zien de Zon van oost naar west bewegen, alles kan middels een bewegingsloze Aarde verklaard worden zonder al deze aannames te poneren om daarmee vorige mislukte aannames toe te dekken.”

123)  De astronomische getallen van de Heliocentristen klinken altijd precies, maar zij staan in de geschiedenis erom berucht deze regelmatig en drastisch te hebben veranderd opdat ze in hun verscheidene modellen passen.  Bijvoorbeeld, indertijd berekende Copernicus de afstand tussen de Zon en de Aarde op 5.457.607 km. De daaropvolgende eeuw besloot Johannes Kepler dat het feitelijk 19.918.528 km was. Isaac Newton zei eens “Het maakt niet uit of we een afstand 45 of 87 miljoen km berekenen omdat het een zo goed als het ander is!” Hoe wetenschappelijk!? Benjamin Martin berekende tussen 130 en 132 miljoen km, Thomas Dilworth beweerde 150.838.824 km, John Hind beweerde met stelligheid 153.367.682 km, Benjamin Gould zei meer dan 154 miljoen km, en Christian Mayer dacht dat het meer dan 167 miljoen was! Planaterristen door de eeuwen heen hebben sextanten en vlakke trigonometrie gebruikt, gewoonlijk concluderend dat de zowel de Zon en de Maan slechts een diameter van ca. 51,5 km hebben en zich op enkele duizenden kilometers van de Aarde bevinden.

124)  Video gemaakt vanaf amateurballonnen boven de wolken heeft voor verbazingwekkend visueel bewijs gezorgd dat de Zon niet miljoenen kilometers ver weg kan zijn. In diverse opnamen kun je op het oppervlak van de wolken een duidelijk brandpunt zien onmiddellijk onder de Zon’s schijnwerperachtige invloed. Indien de Zon werkelijk op miljoenen kilometers afstand zou staan dan zou een dergelijk klein plaatselijk brandpunt niet kunnen voorkomen.

125)  Een ander bewijs dat de Zon niet miljoenen kilometers ver weg is wordt gevonden door de hoek van zonnestralen terug te traceren naar hun bron boven de wolken. Er zijn duizenden foto’s die tonen hoe zonlicht door een wolkendek omlaag schijnt met een verscheidenheid aan convergerende hoeken. De omgeving van de convergentie is natuurlijk de Zon en is duidelijk niet miljoenen kilometers verwijderd maar eerder relatief dicht bij de Aarde net boven de wolken.

126)  De jaarlijkse reis van de Zon van keerkring tot keerkring, zonnewende tot zonnewende, is wat de lengte en aard van de dagen, nachten en seizoenen bepaalt. Dit is de reden waarom het in equatoriale gebieden bijna het hele jaar door zomer is en heet is terwijl op hogere breedten noordelijk en vooral zuidelijk er onderscheiden seizoenen met strenge winters zijn. Het heliocentrisch model beweert dat verandering van seizoenen op de zogenaamde “axiale kanteling” en de “elliptische loopbaan” van de bal-Aarde om de Zon gebaseerd zijn. Hun gebrekkig huidig model plaatst ons zelfs in januari het dichtst bij de zon (146.450.304 km) wanneer het feitelijk winter is, en het verst van de Zon (151.278.336 km) in juli wanneer het feitelijk zomer is op een groot gedeelte van de Aarde.

127)  Het feit dat de reflecties van de Zon en de Maan op water altijd een rechtlijnig pad van de horizon naar de waarnemer vormen bewijst dat de Aarde niet een bal is. Indien het oppervlak van de Aarde gekromd zou zijn zou het voor het gereflecteerde licht onmogelijk zijn om over de bal van de horizon tot de waarnemer te krommen.

128)  Over de hele wereld zijn enorme eeuwenoude stenen zonnewijzers die tot op vandaag de tijd tot op de minuut aangeven, even perfect als de dag waarop ze geconstrueerd werden. Indien de Aarde, Zon en Maan waarlijk onder de invloed zouden zijn van het aantal tegengestelde roterende, schommelende, en spiraliserende bewegingen zoals beweerd door de moderne astronomie, dan zou het voor deze monumenten onmogelijk zijn zo accuraat de tijd aan te geven zonder voortdurende bijstelling.

129)  Om Willam Carpenter te citeren: “Waarom, in de naam van het gezond verstand, zouden waarnemers hun telescopen op solide stenen ondergronden dienen te fixeren opdat ze geen haarbreed bewegen, – indien de Aarde waarop zij ze fixeren met een snelheid van 30 km per seconde beweegt? Inderdaad, te geloven dat dhr. Proctor’s massa van ‘zesduizend biljoen ton’ voor altijd door de ruimte aan het ‘rollen, golven, vliegen en stuiven is’ met een snelheid waarmee een kanonschot vergeleken een ‘ritje met een erg langzame koets’ is, met een dermate onfeilbare precisie dat een in een sterrenwacht op granieten pilaren gefixeerde telescoop het een astronoom die over adelaarsogen beschikt niet mogelijk zal maken ook maar een afwijking van een duizendste deel van de breedte van een haar in z’n voorwaartse beweging te ontdekken is gelijk aan het gebeuren van een wonder dermate groot dat deze alle andere opgetekende gezamenlijke wonderen in betekenis doet verbleken. Omdat we (in midden-noordelijke breedten) de Noorderster kunnen zien tijdens het kijken uit een raam dat in die richting uitziet  – en vanuit exact die hoek van exact die glasplaat in exact dat raam – het gehele jaar door, is het bewijs genoeg voor eenieder die over z’n zinnen beschikt dat we geen enkele beweging gemaakt hebben en dat de Aarde niet een globe is.

130)  Van “Earth Not a Globe!” door Samuel Rowbotham: “Neem twee zorgvuldig geboorde metalen buizen niet korter dan 1.83 m en plaats deze een meter uit elkaar aan weerszijden van een houten geraamte, of een massief blok hout of steen: stel ze zo in dat hun middelpunten of zichtassen exact parallel tot elkaar zijn. Richt ze op een goed zichtbare ster, enkele seconden voor zijn verschijnen aan de hemelbaan. Plaats een waarnemer bij elke buis en produceer een hard geluid of ander signaal op het moment dat de ster in de eerste buis verschijnt dat herhaald dient te worden door de waarnemer bij de tweede buis op het moment dat hij dezelfde ster voor het eerst ziet. Er zal een duidelijk tijdsverschil tussen de twee signalen zijn. De signalen zullen elkaar zeer snel opvolgen maar de tussenliggende tijd zal nog altijd voldoende zijn om te laten zien dat dezelfde ster niet zichtbaar is op hetzelfde moment bij twee parallelle zichtlijnen indien slechts 1 m. van elkaar. Er zou een kleine neiging van de tweede buis naar de eerste nodig zijn om de ster op hetzelfde moment door beide buizen te zien. Laat de buizen zes maanden staan; na afloop van deze periode zal de waarneming of het experiment dezelfde resultaten produceren–de ster zal zich tezelfdertijd op zijn hemelsbaan bevinden zonder dat daarvoor ook maar de kleinste verandering in de richting van de buizen nodig was geweest: waaruit geconcludeerd wordt dat indien de aarde zich ook maar één meter in een omloopbaan door de ruimte had voortbewogen, er op z’n minst een kleine neiging van de buis waargenomen was. Maar omdat geen verandering van de positie van de buis vereist is, is de onvermijdelijke conclusie dat gedurende zes maanden een gegeven breedtegraad op het oppervlak van de aarde zich geenszins beweegt en dat dus de aarde niet de geringste omloopbeweging heeft.

131)  NASA en de moderne astronomie houden vol dat de Maan een vast, bolvormig, Aardeachtig leefgebied is waar daadwerkelijk de mens naar toe gereisd is en er voet op gezet heeft. Ze beweert dat de Maan een niet-lichtgevende planetoïde is die al haar licht van de Zon ontvangt en reflecteert. De realiteit is echter dat de Maan niet een vast lichaam is, ze is duidelijk cirkelvorming, maar niet bolvormig, en op generlei wijze een Aardeachtige planetoïde waar mensen hun voet op zouden kunnen zetten. In feite is de Maan grotendeels transparant en volledig zelflumineus, schijnend met haar eigen uniek licht.

132)  Het zonlicht is goudkleurig, warm, drogend, conserverend en antiseptisch, terwijl het licht van de Maan zilverkleurig, koel, vochtig, bedervend en septisch is. De stralen van de Zon doen de verbranding van een kampvuur afnemen terwijl die van de Maan deze doet toenemen.  Plantaardig en dierlijk materiaal dat aan het zonlicht blootgesteld wordt droogt, krimpt en stolt in korte tijd en verliest snel de tendens tot ontbinden en bederven; druiven en andere fruitsoorten zoals dadels en pruimen worden vast en versuikeren gedeeltelijk; vlees stolt, verliest zijn gasachtige vluchtige bestanddelen, wordt vast, droog, en vergaat slechts langzaam. Indien aan het maanlicht blootgesteld echter, neigt plantaardig en dierlijk materiaal tot ontbinding en verval. Dit bewijst dat het licht van de Zon en het licht van de Maan verschillend zijn, uniek en tegengestelden zoals ze in het geocentrisch plat model zijn.

133)  In direct zonlicht zal een thermometer een hogere temperatuur aangeven dan in de schaduw, maar in vol, direct maanlicht zal hij een lagere temperatuur aangeven dan wanneer hij in de schaduw geplaatst wordt. Indien het zonlicht in een grote lens gebundeld en gefocusseerd wordt kan dit een aanzienlijke hitte veroorzaken. Bij maanlicht is dat niet het geval. In het “Lancet Medical Journal,” van 14 maart 1856, worden meerdere experimenten beschreven die bewezen dat de stralen van de maan, indien samengebundeld, de temperatuur met 4,5° C kan doen afnemen. Zonlicht en maanlicht hebben dus duidelijk van elkaar verschillende eigenschappen.

134)  Bovendien kan de Maan fysiek niet zowel een bol als reflector van het zonlicht zijn!  Reflectoren moeten vlak of hol zijn opdat lichtstralen enige invalshoek kunnen hebben; Indien het oppervlak van een reflector bol is, dan wijst elke lichtstraal in een directe lijn met de radius loodrecht naar het oppervlak en produceert geen reflectie.

135)  De Maan is niet enkel duidelijk zelfverlichtend, z’n eigen licht schijnend, maar is ook grotendeels transparant. Wanneer het wassen en afnemen van de Maan gedurende de dag zichtbaar is dan is het mogelijk de blauwe hemel direct door de Maan heen te zien. En op een heldere nacht gedurende een wassende of afnemende cyclus, is het zelfs mogelijk om soms sterren en “planeten” direct door het oppervlak van de Maan te zien! De Royal Astronomical Society heeft vele dergelijke gebeurtenissen door de geschiedenis heen in haar verslagleggingen staan die alle het heliocentrisch model trotseren.

136)  Veel mensen denken dat de vaardigheid van de moderne astronomie met accuratesse het tijdstip van optreden van verduisteringen van maan en zon aan te kondigen een gevolg en positief bewijs is van de heliocentrische theorie van het universum. Feit is echter dat duizenden jaren voordat de “heliocentrische bal-Aarde” in de fantasie van Copernicus opkwam er wereldwijd culturen waren die het tijdstip van optreden van verduisteringen met precisie aankondigden. Ptolemaeus in de 1e eeuw deed dit voor een periode van 600 jaar op basis van een platte stationaire Aarde. Ver terug in 600 v. Chr. werd het door Thales gedaan hetgeen de oorlog tussen de Meden en de Lydiërs deed beëindigen.  Verduisteringen doen zich met precisie voor in cycli van 18 jaar. Deze kunnen dus ongeacht geocentrische- of heliocentrische, platte of globale kosmologieën, accuraat berekend worden.

137)  Een andere aanname en verondersteld bewijs voor de vorm van de Aarde is de bewering van heliocentristen dat maansverduisteringen door de schaduw van de bal-Aarde worden veroorzaakt die de maan bedekt. Ze beweren dat de Zon- Aarde- en Maanbollen als biljartballen in perfecte lijn zijn zodat het licht van de Zon de schaduw van de Aarde op de maan werpt. Helaas voor de heliocentristen wordt deze verklaring volledig teniet gedaan door het feit dat maansverduisteringen plaatsgevonden hebben, en regelmatig blijven plaatsvinden, terwijl de Zon en de Maan gezamenlijk boven de horizon zichtbaar zijn! Opdat het zonlicht de schaduw van de Aarde op de Maan kan werpen, moeten de drie lichamen zich gezamenlijk op een rechte lijn bevinden (180° syzygy), maar al sinds de tijd van Pliny bestaan verslagen van maansverduisteringen terwijl de Zon en Maan beide in de hemel zichtbaar zijn. Om die reden kan de verduisteraar van de Maan niet de Aarde/de Aarde’s schaduw zijn en moet een andere verklaring gezocht worden.

138)  Een volgend favoriet “bewijs” van Globalisten is het voor een waarnemer op de kust schijnbaar verhullen door het water van scheepsrompen en het uit het zicht verdwijnen van de schepen wanneer ze in de richting van de horizon varen. Hun bewering is dat de rompen eerder dan de masttoppen verdwijnen omdat het schip aan zijn declinatie om de bolle kromming van de bal-Aarde begint. Wederom echter is hun haastige conclusie van een ongeldige vooronderstelling afkomstig, namelijk dat dit verschijnsel zich enkel op een bal-Aarde kan voordoen. Feit is dat de Wet van het Perspectief op platte oppervlakken het exact zelfde verschijnsel voorschrijft en noodzakelijk maakt.  Bijvoorbeeld, bij een meisje dat een jurk draagt en de richting van de horizon loopt, zal het lijken alsof zij in de Aarde zinkt naarmate ze verder gaat. Haar voeten zullen als eerste uit het zicht verdwijnen en de afstand tussen de grond en de onderkant van haar jurk zal geleidelijk afnemen tot na ongeveer 800 meter het lijkt alsof haar jurk de grond raakt terwijl ze op onzichtbare benen loopt. Hetzelfde gebeurt met wegsnellende auto’s, de assen zakken geleidelijk en de wielen verdwijnen tot het lijkt of de auto op zijn carrosserie voortglijdt. Zulks is het geval op platte oppervlakken, de laagste delen van objecten verdwijnen noodzakelijkerwijs vanaf een gegeven waarnemingspositie eerder uit het zicht dan de hoogste.

139)  Behalve dat De Wet van het Perspectief het verdwijnen van scheepsrompen verklaart, wordt het verschijnsel ook met behulp van een goede telescoop onmiskenbaar. Als je met het blote oog naar een schip dat in de richting van de horizon van je wegvaart totdat zijn romp volledig uit zicht verdwenen is onder de veronderstelde “kromming van de Aarde”, kijk dan door een telescoop, en je zult zien dat het gehele schip snel zichtbaar wordt, romp en al, wat bewijst dat de verdwijning door de Wet van het Perspectief veroorzaakt werd en niet door een muur van gekromd water! Dit bewijst tevens dat de horizon eenvoudig uit je perspectief aan het verdwijnen is en bewijst NIET dat de Aarde een kromming heeft.

140)  Foucault’s Pendules worden dikwijls aangehaald als bewijs voor een roterende Aarde maar bewijzen bij nadere beschouwing het tegendeel. Om te beginnen slingeren Foucault’s pendules niet gelijkmatig in één richting. Soms roteren ze met de klok mee en soms tegen de klok in, soms roteren ze niet en soms roteren ze veel te zeer. Wetenschappers die variaties van het experiment hebben herhaald, gaven telkens weer toe dat het “bij het starten moeilijk was de pendule geen zijwaartse beweging mee te geven.” Het gedrag van de pendule hangt af van 1) de initiële kracht waarmee zijn slingerbeweging begint, 2) het gebruikt kogellager dat het bereidwilligst de cirkelende beweging ten faveure van een andere beweging faciliteert. De veronderstelde rotatie van de Aarde staat volkomen los van de beweging van de pendule. Indien de beweerde constante rotatie van de Aarde de pendules op enige wijze zou beïnvloeden dan zou het niet nodig zijn om ze handmatig in beweging te zetten! Indien de dagelijkse rotatie van de Aarde de 360 graden gelijkmatige dagelijkse rotatie van pendules zou veroorzaken, dan zou nergens op aarde een stilstaande pendule mogen bestaan!

141)  Van het “Coriolis Effect” wordt dikwijls gezegd dat het in de noordelijke atmosfeer gootstenen en toiletpotten veroorzaakt in de ene richting te laten leeglopen en in de zuidelijke hemisfeer in de andere richting, en daarmee dus bewijs levert van een tollende bal-Aarde. Maar wederom echter, net zoals Foucault’s Pendules die in elke richting slingeren, draaien gootstenen en toiletpotten in de noordelijke en zuidelijke hemisferen niet constant in één bepaalde richting! In een en hetzelfde huishouden kan waargenomen worden dat gootstenen en toiletpotten in tegengestelde richtingen draaien, geheel afhankelijk van de vorm van het bekken en de hoek van inkomst van het water, en niet van de veronderstelde rotatie van de Aarde.

142)  Mensen beweren dat indien de Aarde plat zou zijn, ze in staat zouden moeten zijn om met een telescoop over de oceanen te zien! Dit is echter absurd omdat de lucht vol neerslag is, met name boven de oceanen en de lucht is vooral in de onderste laag van de atmosfeer NIET transparant. Zie de waas boven wegen op hete vochtige dagen. Zelfs de beste telescoop zal een vaag beeld geven voordat je over de oceaan zou kunnen zien. Wel is het mogelijk om met een telescoop VEEL meer van onze platte Aarde in beeld te brengen dan op een bal met een ontrek van 40.000 km mogelijk zou zijn.

143)  Mensen beweren dat indien de Aarde plat zou zijn waarbij de Zon boven ons cirkelt, we in staat zouden moeten zijn de Zon vanaf overal op aarde te zien en zou het zelfs ‘s nachts licht moeten zijn. Aangezien de Zon zich NIET op een afstand van 150 miljoen kilometer bevindt maar eerder op enkele duizenden en naar beneden straalt als een schijnwerper, nadat hij zich voldoende ver van je heeft wegbewogen wordt hij achter de horizon onzichtbaar en neemt het daglicht langzaam af totdat het volledig verdwijnt. Indien de Zon 150 miljoen kilometer verwijderd zou zijn en de Aarde een tollende bal, zou de overgang van daglicht naar de nacht vrijwel onmiddellijk zijn op het moment van het passeren van de horizonlijn.

144)  Foto’s waarbij de Maan op het zuidelijk halfrond op de kop lijkt te staan en rechtop in het noorden worden dikwijls als bewijs aangehaald voor de bal-Aarde, maar wederom, zijn bij nadere beschouwing bewijs voor het platte model. In feite laat tijdsverloopfotografie zien dat de Maan zelf met de klok mee draait als een wiel terwijl het over de Aarde cirkelt. Er kunnen foto’s gevonden worden van de maan bij 360 graden van verscheidene neigingen van overal op de wereld, eenvoudig afhankelijk van de plek en het tijdstip waarop de foto genomen werd.

145)  Heliocentristen geloven dat de Maan een bal is ondanks dat haar aanzicht duidelijk dat van een platte lichtgevende schijf is. We zien altijd enkel ‘s Maans zelfde zijde (alhoewel met verschillende neigingen), desondanks wordt beweerd dat er een andere “donkere zijde van de Maan” is die verborgen blijft. NASA stelt dat de Maan in de tegengestelde richting van de Aarde tolt op een dermate perfect gesynchroniseerde wijze dat de bewegingen elkaar opheffen zodat het, hoe comfortabel, nooit mogelijk zal zijn de zogenaamde donkere zijde van de Maan waar te nemen behalve op hun nep beelden die met een computer gefabriceerd werden.

146)  Het bal-Aardemodel beweert dat de Maan elke 28 dagen de Aarde omcirkelt, terwijl voor iedereen duidelijk te zien is dat de Maan elke dag de Aarde omcirkelt! De omloopbaan van de Maan is lichtelijk langzamer dan die van de Zon, maar volgt hetzelfde pad als de zon van keerkring naar keerkring, zonnewende tot zonnewende, een volle cirkel boven de Aarde beschrijvend in net iets minder dan 25 uur.

147)  Het bal-Aardemodel beweert dat de Zon precies 400 maal groter dan de Maan is en 400 maal verder van de Aarde verwijderd is waardoor het slechts lijkt dat ze exact dezelfde grootte hebben. Wederom vraagt het balmodel ons om iets als toeval te accepteren dat niet anders dan door een natuurlijk ontwerp verklaard kan worden. De Zon en de Maan bezetten dezelfde mate van ruimte in de hemel en metingen met sextanten resulteren in dezelfde grootte en afstand voor beide. Iets anders te beweren is dus tegen onze waarneming, ervaring en gezond verstand in.

148)  Citaat uit “Earth Not a Globe!” door Samuel Rowbotham: “Het is door waarneming vastgesteld dat de sterren elke 24 uur, vier minuten eerder op hun hemelse baan komen dan de zon, daarbij de zonnetijd als richtlijn nemend. Dit maakt 120 minuten per elke dertig dagen, en 24 uur per jaar. Dientengevolge zijn in die tijd alle sterrenbeelden voor, of de zon vooruit, gepasseerd. Dit is het simpele feit zoals het in de natuur waargenomen wordt, maar de theorie van rondte en beweging op assen en van omcirkeling heeft hiervoor geen plek. Zichtbare waarheid moet geïgnoreerd worden, omdat deze theorie in de weg staat, en voorkomt dat zijn vereerders hem begrijpen.

149)  Gedurende duizenden jaren zijn dezelfde constellaties in hun positie gefixeerd gebleven zonder ooit in de geringste mate uit positie te hebben bewogen. Indien de Aarde een grote bal zou zijn die rond een grotere zon cirkelt die rond een grotere Melkweg cirkelt die wegschiet van de allergrootste knal zoals NASA beweert dan is het onmogelijk dat de constellaties zo gefixeerd blijven. We zouden, gebaseerd op dit model, elke nacht in feite een volledig verschillende nachthemel moeten zien die nimmer twee maal hetzelfde patroon vertoont.

150)  Indien de Aarde een tollende bal zou zijn dan zou het onmogelijk zijn om het tijdsverloop van het sterrenspoor te fotograferen die toont dat perfecte cirkels om Polaris getrokken worden en zulks nergens anders dan aan de Noordpool. Vanaf alle zichthoeken zou het uitzien alsof de sterren min of meer horizontaal over de horizon van de waarnemer zouden trekken tengevolge van de beweerde 1600 km/u beweging onder hun voeten. In werkelijkheid echter tonen alle foto’s dat de Polaris omgevende sterren de centrale ster perfect omcirkelen de hele weg naar beneden tot aan de Steenbokskeerkring.

151)  Indien de Aarde een tollende bal zou zijn die om de Zon cirkelt dan zou het feitelijk voor sterrenspoorfoto’s onmogelijk zijn om zelfs vanaf de Noordpool perfecte cirkels te tonen! Omdat the Aarde verondersteldelijk ook nog eens met 108.000 km/u om de Zon beweegt en de zon met 805.000 km/u om de Melkweg die met een snelheid van 1,08 miljard km/u voorbeweegt, dan zouden deze vier tegengestelde bewegingen in sterrenspoortijdsverlopen resulteren die niets anders dan onregelmatige gekromde lijnen laten zien.

152)  In 2003 werkten drie universitaire geografieprofessoren samen in een experiment om te bewijzen dat de Staat Kansas inderdaad platter dan een pannekoek is! Topografische geodetische opmetingen gebruikend die meer dan 207.000 km² besloegen werd vastgesteld dat Kansas een vlakheidswaarde van 0,9997 heeft gemeten over het geheel van de Staat terwijl de waarde voor de gemiddelde pannekoek, exact gemeten door gebruikmaking van een confocale lasermicroscoop 0,957 bedraagt, hetgeen Kansas in letterlijke zijn platter dan een pannekoek maakt.

153)  Citaat van Dominee Thomas Milner uit “Atlas of Physical Geography”: “Uitgestrekte gebieden laten een volkomen vlak niveau zien, nauwelijks een verhoging gedurende 2400 kilometer van de Karpaten tot de Oeral. Ten zuiden van de Baltische Zee is het land dermate vlak dat de heersende noordenwind de wateren van het Haf van Stettin naar de monding van de Oder drijft en de rivier over een afstand van 50 tot 65 kilometer een terugwaartse stroming geeft.  De vlakten van Venezuela en Nieuw Granada, in Zuid Amerika hoofdzakelijk ter linkerzijde van de Orinoco, worden Ilanos, dus vlakke velden genoemd. Dikwijls varieert de oppervlakte nog geen 30 centimeter in een gebied van 700 km².  Het verval van de laatste 1125 km van de Amazone bedraagt slechts 3,65 m; de La Plata daalt slechts een halve cm per 1609 meter.”

154)  De externe camera bij de Felix Baumgartner Red Bull duik toont dezelfde mate “Aardkromming” van oppervlakteniveau tot spronghoogte wat bewijst dat de camera een bedrieglijke visoogwijdhoeklens heeft, terwijl de interne reguliere camera op 39 kilometer hoogte een horizon toont die perfect vlak en op ooghoogte is hetgeen enkel met een plat vlak overeenkomt.

155)  Sommige mensen beweren dat ze de kromming van de Aarde door hun vliegtuigraam hebben gezien. Het glas dat echter in all commerciële vliegtuigen gebruikt wordt is gekromd om met de carrosserie gelijk te lopen. Dit creëert een licht effect vermengd met bevestigingsvoorkeur die mensen abusievelijk voor de veronderstelde aardkromming houden. In werkelijkheid bewijst het feit dat je de horizon op ooghoogte op een hoogte van bijna 11 kilometer door zowel de ramen aan bakboord en stuurboord kunt zien dat de Aarde plat is. Indien de Aarde een bal zou zijn dan zou, ongeacht de grootte ervan, de horizon exact op de plek blijven en zou je steeds verder naar BENEDEN moeten kijken om deze überhaupt te zien. Recht door het raam kijkend vanaf een hoogte van bijna 11 kilometer zou je door de ramen aan bakboord en stuurboord niets anders dan “de ruimte” moeten zien omdat de Aarde/horizon onder je zouden moeten zijn. Indien deze op ooghoogte door de ramen van beide vliegtuigzijden zichtbaar zijn dan is dit omdat de Aarde plat is!

156)  Mensen beweren eveneens kromming te zien in Go Pro of in andere opnamen van de horizon die vanaf grote hoogte zijn gemaakt. Terwijl het waar is dat de horizon in dergelijke opnamen dikwijls convex lijkt, lijkt het even zoveel keren concaaf of vlak afhankelijk van de kanteling/beweging van de camera. Het effect is eenvoudig een verstoring ten gevolge van groothoeklenzen. In lens-gecorrigeerd beeldmateriaal en in beelden die zonder gebruikmaking van groothoeklenzen opgenomen werden ziet de horizon er in alle door amateurs op grote hoogte gemaakte beelden volkomen vlak uit.

157)  Indien “zwaartekracht” de atmosfeer magisch met zich mee zou slepen samen met de bal-Aarde dan zou dat betekenen dat de atmosfeer op de evenaar met een snelheid van meer dan 1600 km/u aan het tollen zou zijn en de atmosfeer op de middenbreedten met een snelheid van ca. 800 km/u en dan geleidelijk langzamer in de richting van de polen tot 0 km/u op de polen zelf. In werkelijkheid echter is de atmosfeer op elk punt op Aarde gelijkelijk niet beïnvloed door deze veronderstelde kracht die nimmer gemeten of berekend werd, en bewezen werd niet te bestaan vanwege de mogelijkheid van vliegtuigen om onverminderd in elke richting te vliegen zonder een enkele van dergelijke atmosferische veranderingen te ondergaan.

158)  Indien “zwaartekracht” de atmosfeer magisch met zich mee zou slepen samen met de bal-Aarde dan zou dat betekenen dat hoe groter de hoogte, hoe sneller de atmosfeer om het rotatiecentrum zou moeten tollen. In werkelijkheid echter, indien dit zou plaatsvinden, dan zouden regen en vuurwerk een volkomen ander gedrag moeten laten zien tijdens hun val door een toenemend langzamer tollende atmosfeer. Heteluchtbalonnen zouden eveneens geleidelijk sneller in oostelijke richting te gaan  tijdens hun opstijgen door constant toenemende atmosferische snelheden.

159)  Indien er bij toenemende hoogte een toenemend sneller tollende atmosfeer zou zijn, dan zou dat betekenen dat het op een of andere kritieke hoogte abrupt zou moeten eindigen, daar waar de snelste laag van onder invloed van de zwaartekracht tollende atmosfeer de niet onder deze invloed staande, niet tollende niet-atmosfeer van oneindige ruimte ontmoet! NASA heeft nooit vermeld op welke hoogte deze onmogelijke en veronderstelde prestatie plaatsvindt, maar het is gemakkelijk filosofisch weerlegd door het eenvoudige feit dat vacuüms niet naast niet-vacuüms kunnen bestaan terwijl het vacuüm zijn eigenschap behoudt – om het effect niet te noemen dat een dergelijke overgang zou hebben op een raket “ruimteschip” dat desastreus zou zijn.

160)   Het is voor raketten van welk type dan ook of voor welk type straalaandrijving dan ook onmogelijk om in de veronderstelde niet-atmosfeer van vacuümruimte te functioneren omdat er zonder lucht/atmosfeer om tegen af te zetten er niets is om het vehikel voort te stuwen. In plaats daarvan zouden raketten en ruimteveren oncontroleerbaar in alle richtingen als een gyroscoop om hun eigen as tollen. Naar de Maan vliegen of in welke richting dan ook zou onmogelijk zijn, zeker indien “zwaartekracht” echt zou zijn en je voortdurend naar het meest nabije lichaam met de grootste dichtheid zou zuigen.

161)  In de Aarde waarlijk een bal zou zijn dan zou er sowieso geen reden zijn raketten te gebruiken om “de ruimte” in te vliegen omdat het simpelweg lang genoeg rechtdoor vliegen van een vliegtuig op elke hoogte je de ruimte in zou doen gaan. Om te voorkomen dat hun vliegtuigen tangentieel ten opzichte van de bal-Aarde vliegen zouden piloten voordurend koerscorrecties naar beneden moeten doorvoeren, anders zou het gemiddeld commercieel vliegtuig dat met een snelheid van 800 km/u vliegt zichzelf in “de ruimte” verloren zien. Het feit dat dit nooit gebeurt, kunstmatige horizonnen blijven op de door de piloot gewenste hoogte en vereisen GEEN neerwaartse aanpassingen, bewijst dat de Aarde geen bal is.

162)  Geen der raketlanceringen van NASA en andere “ruimtevaartorganisaties” gaan ooit recht omhoog. Elke raket maakt een parabool, bereikt z’n maximale hoogte, en begint vervolgens onvermijdelijk naar de Aarde terug te vallen. De raketten die als “succesvol” bestempeld worden zijn die weinige die niet exploderen of te vroeg beginnen te vallen maar buiten het bereik van het zicht van de waarnemer geraken voordat ze in water met verboden toegang voor derden neerstorten en opgehaald worden. Er is geen magische hoogte waar raketten of iets anders eenvoudig steeds hoger kunnen gaan en dan plotseling in de ruimte “vrijelijk beginnen te zweven”. Dit is alles science fiction illusie gecreëerd door middel van kabels, green screens, donkere waterbekkens, gepermanente kapsels en Nul-G vliegtuigen.

163)  NASA en andere ruimtevaartorganisaties zijn keer op keer op het ontstaan en stijgen van luchtbellen in hun officiële “ruimte” beelden betrapt. Astronauten zijn er ook op betrapt dat ze duikers-ruimteapparatuur gebruiken waarbij ze hun benen uitslaan om voort te bewegen, en astronaut Luca Parmitano verdronk zelfs bijna toen zijn helm met water begon vol te lopen terwijl hij zogenaamd een “ruimtewandeling” aan het maken was. Het wordt toegegeven dat astronauten voor hun “ruimtewandelingen” in onderwaterfaciliteiten zoals NASA’s “Neutrale Drijfkracht Laboratorium” oefenen, maar wat uit hun “ruimtebellen” en andere blunders duidelijk blijkt, is dat al het officieel videomateriaal nep, en onder water opgenomen is.

164)  Analyse van veel van de in het “Internationaal Ruimtestation” opgenomen beelden heeft aangetoond dat met cameratrucage zoals green screens, met harnassen en zelfs met wild gepermanent haar wordt gewerkt om een gewichtsloosheid te bewerkstelligen. Beelden van astronauten die gewichtsloos in hun “ruimtestation” lijken te zweven zijn niet te onderscheiden van beelden uit de “kotskomeet”, het Nul-G vliegtuig.

165)  NASA beweert dat men het Internationaal Ruimtestation bovenhoofds kan zien voorbijkomen hetgeen zijn bestaan bewijst, maar analyse van dit “ISS” gezien door zoomcamera’s bewijst dat het een of ander type hologram of drone is, niet een fysisch zwevende ruimtebasis. Zoals je in mijn documentaire “ISS Hoax” kunt zien verandert de “ISS” dramatisch van vorm en kleur bij het in/uit zoomen daarbij een prismatische regenboog tonend.

166)  De “geostationaire communicatiesatelliet” werd voor het eerst gecreëerd door Vrijmetselaar science fiction schrijver Arthur C. Clarke en werd slechts tien jaar later een veronderstelde realiteit. Daarvoor waren radio, TV, en navigatiesystemen zoals LORAN and DECCA reeds gevestigd en functioneerden naar behoren daarbij gebruik makend van enkel grondgebaseerde technologieën. Tegenwoordig verbinden enorme glasfiberkabels het internet over de oceanen, trianguleren gigantische telefonietorens GPS signalen, en ionosferische proliferatie maakt het mogelijk radiogolven te kaatsen zonder de hulp van de science fiction best seller “satellieten”.

167)  Satellieten zweven zogenaamd in de thermosfeer waarvan beweerd wordt dat de temperaturen meer dan 2500 graden Celsius is. De metalen die in satellieten gebruikt worden zoals aluminium, goud en titanium hebben echter een smeltpunt van respectievelijk 661, 1064 en 1673 graden, alle veel lager dan de temperaturen die ze zouden moeten kunnen weerstaan.

168)  Bij zogenaamde “satelliet” telefoons zijn in landen als Kazachstan die erg weinig telefoontorens hebben ontvangstproblemen ontdekt. Indien de Aarde een bal zou zijn omcirkeld door meer dan 20.000 satellieten dan zouden zulke problemen zich niet regelmatig moeten voordoen in welk landelijk gebied dan ook.

169)  Zogenaamde “satelliet” TV schotels worden bijna altijd met een hoek van 45 graden in de richting van de dichtstbijzijnde grondgebaseerde relaisstations gepositioneerd. Indien TV antennes werkelijk signalen zouden opvangen van satellieten op ruim 160 kilometer in de ruimte, zouden de meeste TV schotels meer of minder recht omhoog naar de hemel moeten wijzen. Het feit dat “satelliet” schotels nooit recht omhoog wijzen en bijna altijd in een hoek van 45 graden gepositioneerd zijn bewijst dat ze signalen van grondgebaseerde torens opvangen en niet van “ruimtesatellieten”.

170)  Er zijn mensen die zelfs beweren dat ze satellieten met het blote oog zien, maar dit is belachelijk gezien het feit dat deze kleiner zijn dan een bus en beweerdelijk meer dan 160 kilometer verwijderd. Het is onmogelijk om iets van een dergelijke kleine afmeting van zo ver af te zien.  Zelfs met gebruik van telescopen beweert niemand de vorm van satellieten te kunnen onderscheiden maar worden veeleer als overvliegende lichten beschreven. Deze zouden echter van alles zouden kunnen zijn van vliegtuigen tot drones tot vallende sterren of andere ongeïdentificeerde objecten.

171)  NASA beweert dat er meer dan 20.000 satellieten in de opperste atmosfeer van de Aarde zweven die ons radio, TV en GPS zenden, en foto’s van de planeet nemen. Al deze veronderstelde satellietbeelden zijn echter toegegeven “composietbeelden” in Photoshop bewerkt! Ze beweren “stroken beeldmateriaal” van satellieten te ontvangen die vervolgens samengevoegd moeten worden om composietbeelden van de Aarde te creëren, die alle duidelijk met een computer gefabriceerd zijn en geen foto’s zijn. Indien de Aarde waarlijk een bal zou zijn met 20.000 satellieten eromheen, zou het eenvoudig zijn een camera te monteren en een paar echte foto’s te nemen. Het feit dat er geen echte satellietfoto’s van de veronderstelde bal-Aarde zijn ten faveure van NASA’s “stroken van computergefabriceerde composietbeelden” is verder bewijs dat ons niet de waarheid verteld wordt.

172)  Als je om het even welke wolk in de hemel uitkiest en er meerdere minuten naar kijkt, zullen twee dingen gebeuren: de wolk zal bewegen en geleidelijk van vorm veranderen. In officieel NASA filmmateriaal van de tollende bal-Aarde zoals de “Galileo” tijdsverloopvideo worden echter voortdurend gedurende meer dan 24 uur aan ‘n stuk wolken getoond die in het geheel niet bewegen of van vorm veranderen! Dit is volkomen onmogelijk en verder bewijs dat NASA nep video’s door middel van een computer fabriceert en een verdere indicatie dat de Aarde geen tollende bal is.

173)  NASA heeft diverse zogenaamde foto’s van de bal-Aarde die meerdere duplicaat wolkenpatronen laten zien! De waarschijnlijkheid dat er twee of drie wolken zijn met precies dezelfde vorm op een en dezelfde foto is even groot als het vinden van twee of drie mensen met dezelfde vingerafdrukken. Het is feitelijk solide bewijs dat de wolken door middel van een computerprogramma gekopieerd en geplakt werden en dat zulke foto’s die een Aarde met een balvorm tonen nep zijn.

174)  Grafische kunstenaars van NASA hebben zaken zoals gezichten, draken en zelfs het woord “SEKS” in wolkenpatronen geplaatst op hun verscheidene bal-Aarde foto’s. Hun recente 2015 Pluto foto’s tonen zelfs een duidelijke afbeelding van Disney’s “Pluto” de hond. Een dergelijke schaamteloze fraude wordt door de gehypnotiseerde massa niet opgemerkt maar verleent verder bewijs van de valsheid van NASA en haar tollende bal mythe.

175)  Professionele fotoanalisten hebben diverse NASA beelden van de bal-Aarde ontleedt en onloochenbaar bewijs voor computerbewerking gevonden. Van bijvoorbeeld beelden van de Aarde die verondersteldelijk vanaf de Maan genomen zijn is  bewezen dat deze gekopieerd en ingeplakt zijn, zoals te zien is aan rechthoekige uitsneden in de zwarte achtergrond om de “Aarde” heen, zichtbaar gemaakt door de helderheids- en contrastniveaus aan te passen. Indien de Aarde waarlijk een bal zou zijn, zou er geen noodzaak zijn nepfoto’s te fabriceren.

176)  Indien NASA’s beelden van de bal-Aarde met elkaar worden vergeleken dan blijkt de kleuring van het land en de oceanen en de relatieve grootte van de continenten voortdurend drastisch anders te zijn hetgeen afdoende bewijst dat de afbeeldingen alle nep zijn.

177)  In de documentaire “A Funny Thing Happened on the Way to the Moon”, kun je officieel gelekt NASA beeldmateriaal zien dat gedurende bijna een uur de Apollo 11 astronauten Buzz Aldrin, Neil Armstrong en Michael Collins laat zien die transparanten gebruiken en cameratrucjes toepassen om opnamen van een ronde Aarde te fabriceren! Ze communiceren met het controlecentrum in Houston over hoe de opname exact te ensceneren, en iemand geeft hen voortdurend aanwijzingen hoe op effectieve wijze de camera te manipuleren om het gewenst effect te verkrijgen. Eerst verduisterden ze alle ramen behalve een naar beneden gericht rond raam waarop ze vanaf ca. 2 m afstand de camera richtten. Dit creëerde de illusie van een bolvormige Aarde, omringd door de duisternis van de ruimte, terwijl het in werkelijkheid een rond raam in een donkere cabine was. Neil Armstrong beweerde op dat moment dat zij 210.000 km van de Aarde waren, halverwege hun reis naar de Maan, maar toen de cameratrucjes gedaan waren kon de kijker zien dat de astronieten niet meer dan enkele tientallen kilometers boven het oppervlak van de Aarde waren waarschijnlijk in een vliegtuig dat in staat was op grote hoogten te vliegen!

178)  Mensen beweren dat Google Earth op de een of andere wijze het balmodel bewijst zonder zich te realiseren dat Google Earth niet meer dan een composietprogramma is van afbeeldingen op een met een computer gefabriceerd model van een bal-Aarde. Hetzelfde zou even gemakkelijk op een vierkante Aarde of ieder andere vorm gemodelleerd worden en kan derhalve niet als bewijs voor de rondheid van de Aarde dienen.

179)  Indien de Aarde voortdurend met een snelheid van 1600 km/u oostwaarts zou tollen dan zou de duur van vluchten die oostwaarts versus westwaarts gaan aanzienlijk van elkaar moeten verschillen. Indien het gemiddeld commercieel vliegtuig met een snelheid van 800 km/u vliegt dan volgt daaruit dat westwaartse equatoriale vluchten hun bestemming met ongeveer drie maal de snelheid bereikt moeten worden dan hun oostwaartse retourvlucht. In werkelijkheid echter zijn de verschillen tussen deze vluchten een kwestie van minuten en verre van wat het geval zou zijn op een met 1600 km/u tollende bal.

180)  Het tollende balmodel dicteert dat de Aarde en de atmosfeer gezamenlijk met een snelheid van ca. 800 km/u op de middenbreedten zou moeten bewegen waarop een vlucht van Los Angeles naar New York plaatsvindt. Het gemiddelde commercieel vliegtuig dat met een snelheid van 800 km/u vliegt doet er 5½ uur over oostwaarts vliegend met de veronderstelde rotatie van de Aarde mee, dus zou de westwaartse retourvlucht slechts 2¾ uur moeten duren, maar in feite zien we dat de gemiddelde vlucht New York naar Los Angeles 6 uur duurt, een vluchtduur volledig inconsistent met een tollend bal model.

181)  Oostwaartse vluchten met de veronderstelde draaiing van de bal-Aarde mee van Tokio naar Los Angeles duren gemiddeld 10½ uur, derhalve zouden de westwaartse retourvluchten tegen de draai in gemiddeld 5¼ uur moeten duren, maar duren in werkelijkheid 11½ uur, wederom een vluchtduur volledig inconsistent met het tollend balmodel.

182)  Oostwaartse vluchten met de veronderstelde draaiing van de bal-Aarde mee van New York naar Londen duren gemiddeld 7 uur, derhalve zouden de westwaartse retourvluchten tegen de draai in gemiddeld 3½ uur moeten duren, maar duren werkelijkheid 7½ uur, een vluchttijd volledig inconsistent met het tollend balmodel.

183)  Oostwaartse vluchten van Chicago naar Boston met de veronderstelde draaiing van de bal-Aarde mee duren gemiddeld 2¼ uur, derhalve zouden de westwaartse retourvluchten tegen de draai in zouden gemiddeld net iets meer dan een uur moeten duren, maar duren in werkelijkheid 2¾ uur, wederom een vluchttijd volledig inconsistent met het tollend balmodel.

184)  Oostwaartse vluchten van Parijs naar Rome met de veronderstelde draaiing van de bal-Aarde mee duren gemiddeld 2 uur, derhalve zouden de westwaartse retourvluchten tegen de draai in een uur moeten duren, maar duren in werkelijkheid 2uur en 10 minuten, een vluchttijd volledig inconsistent met het tollend balmodel.

185)  Ons wordt verteld dat de Aarde en de atmosfeer samen met een dermate perfecte gelijkmatige snelheid bewegen dat niemand in de geschiedenis de veronderstelde 1600 km/u beweging ooit gezien, gehoord, gevoeld of gemeten heeft. Dit wordt dan dikwijls vergeleken met een auto die met gelijkmatige snelheid rijdt waarbij we enkel tijdens de acceleratie en deceleratie beweging voelen. In werkelijkheid echter, zelfs met gesloten ogen, ramen dicht, over een glad wegdek in een luxeauto met slechts een snelheid van 80 km/u, zou de denkbeeldige 1600 km/u rotatie van de Aarde zeker door iedereen duidelijk gevoeld, gezien en gehoord worden.

186)  Mensen die gevoelig zijn voor reisziekte voelen reeds een duidelijk ongemak door een beweging zo licht als die van een lift of van een treinreis. Dit betekent dat de 1600 km/u veronderstelde gelijkmatige rotatie van de Aarde op zulke mensen geen effect heeft, maar voeg een extra 80 km/u gelijkmatige snelheid van een auto toe en hun maag begint problemen te geven. Het idee dat reisziekte bij niemand optreedt bij een snelheid van 1600 km/u maar plotseling bij 1680 km/u komt opzetten is belachelijk en bewijst at de Aarde op geen enkele wijze beweegt.

187)  De Tweede Wet van de Thermodynamica, ook bekend als de wet van entropie, samen met de fundamentele principes van wrijving/resistentie bepalen de onmogelijkheid dat de Aarde een gelijkmatig tollende bal is. Naarmate de verstreken tijd zou de tollende bal-Aarde een meetbare hoeveelheid remming ondergaan waardoor het aantal uren per dag zou toenemen. Omdat een dergelijke verandering niet in geringste mate ooit in het geheel van de opgetekende geschiedenis is waargenomen is het absurd aan te nemen dat de Aarde ooit een centimeter bewogen heeft.

188)  In de loop van de jaren heeft NASA twee maal haar verhaal met betrekking tot de vorm van de Aarde gewijzigd. Aanvankelijk zei men dat de Aarde een perfecte bol was dat later in “afgeplatte sferoïde” veranderde, afgeplat aan de polen, en toen alweer veranderde in een “peervorm” omdat het zuidelijk halfrond verondersteldelijk eveneens uitzakt. Ongelukkigerwijs voor NASA echter toont geen enkele van de officiële afbeeldingen een afgeplatte sferoïde noch een peervorm-Aarde! Al haar afbeeldingen, in tegenspraak met haar woorden, laten een (duidelijk met een computer gefabriceerde nep) bol zien.

189)  De Bijbel, Koran, Srimad Bhagavatam, en veel andere heilige boeken beschrijven en beweren de existentie van een geocentrische, stationaire platte Aarde. Bijvoorbeeld, zowel 1 Kronieken 16:30 als Psalm 96:10 zeggen: “Hij heeft de aarde bevestigd, ferm, onbeweeglijk.” En Psalm 93:1 zegt: “De wereld is ook bevestigd opdat zij niet bewogen kan worden.” De Bijbel bevestigt eveneens herhaaldelijk dat de Aarde als een vlakte “uitgestrekt” is, met de uitgestrekte hemelen overal erboven (niet overal rondom) een schriftuurlijk bewijs gevend dat de Aarde geen tollende bal is.

190)  Culturen over de hele wereld en door de geschiedenis heen hebben alle het bestaan van een geocentrische, stationaire platte Aarde beschreven en beweerd. Egyptenaren, Indiërs, Maya’s, Chinezen, Amerikaanse Indianen en letterlijk elke oude beschaving op Aarde hadden een geocentrische platte Aarde kosmologie. Vóór Pythagoras was het idee van een tollende bal-Aarde onbestaand en zelfs na Pythagoras bleef het een verborgen minderheidsmening tot 2000 jaar later toen Copernicus de heliocentrische theorie begon te doen herleven.

191)  Van Pythagoras tot Copernicus, Galileo en Newton, tot moderne astronauten zoals Aldrin, Armstrong en Collins tot de directeur van NASA en Grootcommandeur van de 33ste graad C. Fred Kleinknecht, de grondleggers van de tollende bal mythe, allen waren Vrijmetselaars! Het feit dat zo veel leden van dit grootste en oudste bestaand geheim genootschap allen medesamenzweerders zijn geweest, deze letterlijke “planetaire revolutie” hebben gesticht kan niets met toeval van doen hebben en levert bewijs van een georganiseerde samenspanning bij het creëren en handhaven van dit multi-generationeel bedrog.

192)  Citaat uit “Terra Firma” door David Wardlaw Scott: “Het systeem van het Universum, zoals door Moderne Astronomen onderwezen, geheel op theorie gebaseerd, en voor de waarheid ervan zij niet in staat zijn het minste bewijs aan te voeren, hebben zij zich in een samenzwering van stilte ingegraven, en weigeren op elk bezwaar die tegen hun hypothese wordt aangedragen te antwoorden … Copernicus zelf, die de theorie van de heidense filosoof Pythagoras deed herleven, en zijn grote vertolker Sir Isaac Newton, gaven toe dat hun systeem van een draaiende Aarde enkel een mogelijkheid was die niet door feiten gestaafd kon worden. Het zijn slechts hun volgelingen die het met de naam van een ‘exacte wetenshap’ opgetuigd hebben, jawel, volgens hen, ‘de meest exacte van alle wetenschappen’. Desondanks heeft een der Engelse Hofastronomen, sprekende over de beweging van het Zonnestelsel eens gezegd: ‘De zaak is aan een meest kostelijke staat van onzekerheid overgelaten, en ik zal zeer blij zijn indien iemand me eruit kan helpen.’ Wat een zeer droevige positie voor een ‘exacte wetenschap’ om in te verkeren!

193)  Geen kind of ongeïndoctrineerde volwassene die over zijn zinnen beschikt zou ooit concluderen of zelfs zich voorstellen, gegeven hun eigen capaciteiten en gebaseerd op hun eigen persoonlijke waarnemingen, dat de Aarde een tollende bal zou zijn die de Zon omrondt! Zulke fantasievolle theorieën, nergens voorhanden in de dagelijkse ervaring van wie dan ook, vereisen en hebben vereist een enorme massa voortdurende propaganda om de illusie oprecht te houden.

194) Van David Wardlaw Scott: “Ik herinner me toen me als jongen geleerd werd dat de aarde een grote bal was die met zeer hoge snelheid om de zon draait, en ik mijn leraar m’n bezorgdheid liet weten dat het water van de oceanen eraf zou vallen, me verteld werd dat dit voorkomen werd door Newton’s grootse Gravitatiewet die alles op zijn juiste plek hield. Ik vermoed dat mijn gelaatsuitdrukking tekenen van ongeloof liet zien, omdat m’n leraar onmiddellijk toevoegde dat hij mij daarvan een regelrecht bewijs kon leveren; men kan een met water gevulde emmer om zijn hoofd laten cirkelen zonder dat er iets uit valt, en op dezelfde wijze kunnen de oceanen om de zon heen gedragen worden zonder een druppel te verliezen. Aangezien dit voorbeeld kennelijk ertoe diende voor eens en altijd met de zaak af te rekenen zei ik er niets meer over. Zou me dit later als man gebeurd zijn, zou ik ongeveer als volgt hebben geantwoord – Meneer, sta mij toe te zeggen dat uw voorbeeld van iemand een emmer water om zijn hoofd cirkelt en van de oceanen die om de zon draaien, geenszins uw argument bevestigen omdat het water zich in de twee gevallen zich in geheel verschillende omstandigheden bevindt, en, om van enige waarde te zijn, moeten de omstandigheden in beide gevallen gelijk zijn, wat niet het geval is terwijl, volgens uw leer, de aarde een bal is met een doorlopende kromming aan de buitenzijde die, in overeenstemming met de natuurwetten, geen water kan bevatten.

195)  Astronomen zeggen dat het magisch magnetisme van gravitatie ervoor verantwoordelijk is dat alle oceanen van de wereld aan de bal-Aarde kleven. Ze zeggen dat de Aarde, vanwege zijn enorme massa, een magische kracht creëert die in staat is om mensen, oceanen en atmosfeer stevig aan de onderzijde van een tollende bal vast te houden.  Ze kunnen echter ongelukkigerwijs op een kleinere schaal dan de planetarische, hiervan geen enkel praktisch voorbeeld tonen. Een tollende natte tennisbal bijvoorbeeld laat het exact tegenovergesteld effect van de veronderstelde bal-Aarde zien! Water dat over de bal gegoten wordt valt gewoon van de zijden af, en de bal laten tollen resulteert in water dat er in elke richting afvliegt, zoals een hond die zich schudt na een bad. Astronomen geven toe dat het voorbeeld van de natte tennisbal het tegengesteld effect van hun veronderstelde bal-Aarde te zien geeft, maar beweren dat bij een onbekende hoeveelheid massa, de magische kleefeigenschappen van graviteit plotseling in werking treden die de tollende natte tennis bal-Aarde in staat stellen elke druppel “gegraviteerd” water aan de oppervlakte geplakt te houden.  Indien een dergelijke onbewezen theorie tegen alle experimenten, ervaring en gezond verstand ingaat is het hoog tijd de theorie te laten vallen.

196) Citaat van Marshall Hall: “Kortom, de zon, de maan en de sterren doen in werkelijkheid precies wat iedereen ze altijd heeft zien doen. We geloven niet wat onze ogen ons vertellen omdat ons een vals wereldbeeld werd aangeleerd dat eist dat we in iets geloven wat noch door waarneming noch door experiment werd bevestigd. Dat vals systeem eist dat de Aarde elke 24 uur om zijn ‘as’ roteert met een snelheid van meer dan 1600 km/u aan de evenaar. Niemand heeft ook maar ooit een dergelijke beweging gezien of gevoeld (noch de 108.000 km/u  snelheid gezien of gevoeld van de Aarde’s beweerde baan om de zon of zijn beweerde snelheid van 800.000 km/u om de Melkweg of zijn verwijdering van een beweerde ‘Oerknal’ met een snelheid van ruim een miljard km/u!). Ter herinnering, er is geen experiment dat ooit heeft aangetoond dat de aarde beweegt. Tel daarbij op dat de beweerde omwentelingsnelheid, ons allen verteld een wetenschappelijk feit te zijn, met elke centimeter die men zich van de evenaar verwijderd afnemen MOET, en het wordt snel duidelijk dat zaken als precisiebombardementen in WOII (een schoorsteen in vanaf een hoogte van 7.5 km. terwijl het vliegtuig in willekeurige richting met hoge snelheid vliegt) onmogelijk geweest zouden zijn indien berekend op een aarde die met meerdere honderd KM/U roteert en voortdurend in breedtegraad verandert.”

197)  Sommige mensen beweren dat er geen motief is voor een dergelijk grootschalig bedrog en dat plat of bol geen verschil maakt. Door de Aarde uit het onbeweeglijk centrum van het Universum te verwijderen, hebben deze Vrijmetselaars ons fysiek en metafysisch van een positie van allerhoogste importantie naar een positie van volledige nihilistische onverschilligheid geschoven. Indien de Aarde in het centrum van het Universum is, dan zijn de ideeën van God, creatie en een doel van menselijke bestaan luisterrijk. Maar indien de Aarde slechts een van miljarden planeten is die in miljarden melkwegen om miljarden sterren cirkelen, dan worden de ideeën van God, creatie en een specifiek doel voor de Aarde en het menselijk bestaan hoogst onaannemelijk. Door ons ongemerkt met hun wetenschappelijke materialistische Zonaanbidding te indoctrineren, verliezen we niet enkel ons geloof in iets dat voorbij aan materie is, maar gaan we zonder meer in materialisme, oppervlakkigheid, status, egoïsme, hedonisme en consumptie geloven. Indien er geen God is, en iedereen slechts een toevalligheid is, dan is alles wat er toe doet: ik, ik, ik. Ze hebben van Madonna, de Moeder van God een materieel meisje gemaakt dat in een materiële wereld leeft (lied van de zangeres Madonna). Hun rijke, machtige corporaties met gelikte Zon Cultus logos verkopen ons idolen ter aanbidding, en nemen langzaam de wereld over terwijl wij stilzwijgend hun “wetenschap” geloven, voor hun politici stemmen, hun producten kopen, naar hun muziek luisteren en naar hun films kijken, onze ziel op het altaar van materialisme opofferend. Om Morris Kline te citeren: “De heliocentrische theorie, heeft door plaatsing van de zon het in het centrum van het universum … de mens doen uitzien als niet meer dan een lid van een schare door een koude hemel zwervenden. Het leek dan minder waarschijnlijk dat hij geboren was om glorieus te leven en bij zijn dood het paradijs te verwerven. En ook minder waarschijnlijk was het dat hij het voorwerp van Gods voorzienigheid was.

198)  Er zijn mensen die zeggen dat het idee van een inter-generationele wereldwijde samenzwering om de massa te bedriegen onwaarschijnlijk of onrealistisch klinkt, maar deze mensen hoeven zich enkel vertrouwd te maken met de werken en geschriften van de Vrijmetselaars zelf, bijvoorbeeld John Robinson die in zijn boek “Bewijzen van een Samenzwering tegen Alle Religies en Regeringen van Europa Ondernomen in de Geheime Bijeenkomsten van de Vrijmetselaars, Illuminatie en Leesverenigingen.” Hoogste Commandeur van de 33ste graad Albert Pike toonde in diverse brieven weinig schroom inzake het uiteindelijk doel van wereldheerschappij van de Vrijmetselaars, en in het Zionistische “Protocollen van de Wijzen van Zion” wordt het exacte plan hoe dit verwerkelijkt zou worden en uitgevoed is volledig openbaar gemaakt.

199)  Van “Foundations of Many Generations” door E. Eschini: “Als er iets is wat door de fabel van de roterende Aarde gedaan is, dan is het wel dat het de vreselijke kracht van een leugen heeft getoond, een leugen heeft de kracht een man tot mentale slaaf te maken, zodat hij het niet waagt het bewijs dat zijn zintuigen hem leveren te vertrouwen. De duidelijke en klaarblijkelijke beweging van de Zon die hij voor zich ziet te ontkennen. Wanneer hij voelt dat hij op een Aarde staat die bewegingsloos is, maar op voorstel van iemand anders is hij bereid aan te nemen dat de Aarde op een razende manier tolt. Wanneer hij een vogel ziet vliegen en over de grond scheren, maar hij bereid is te geloven dat het in werkelijkheid de bodem is die een groot aantal malen sneller dan de vogel voortgaat, en tenslotte, om de fantasie van een zot te bestendigen, is hij bereid zijn Schepper ervan te beschuldigen dat deze hem een sensationele leugen voorgeschoteld heeft.

200)  En tenslotte, van Dr. Rowbotham: “En zo zien we dus dat deze Newtoniaanse filosofie geen consistentie heeft; zijn details zijn het gevolg van een complete inbreuk op de wetten van waarachtige redenering, en al zijn vooronderstellingen zijn aannames. Het is, in feite, niets anders dan aanname op aanname, en de eruit getrokken conclusies worden bewust als bewezen beschouwd en als waarheden ingezet om de eerste en fundamentele aannames te substantie te geven. Een dergelijk gegoochel met fantasieën en onwaarheden, uitgerekt en geïntensiveerd zoals bij theoretische astronomie is voorbestemd de onbevooroordeelde geïnteresseerde met afschuw in opstand te doen komen vanwege de vreselijke bezwering die op hem werd uitgeoefend; en zich streng zal voornemen weerstand aan zijn verdere uitbreiding te bieden; te trachten het gehele gebouw omver te werpen, en in zijn puinhopen te begraven de onware loftuitingen die met zijn fabriceerders geassocieerd zijn en nog steeds aan zijn toegewijden kleven. Voor het studeren, het geduld, de doorzetting en de toewijding waarvoor zij altijd exemplarisch waren, hoeft eer en applaus hen niet onthouden te worden; maar hun onware redenering, de voordelen die zij zich vanwege de onwetendheid van de mensheid inzake astronomische onderwerpen hebben toegeëigend, en de ongefundeerde theorieën die zij gepropageerd en verdedigd hebben, kunnen niet anders dan betreurd worden, en zouden met elk mogelijk middel uitgeroeid moeten worden.”

Vertaald uit het Engels door Pierce Scrim

For more information about our Flat Earth read “The Flat Earth Conspiracy” by Eric Dubay and visit:

http://www.AtlanteanConspiracy.com

http://www.ifers.123.st

 

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *